KERSVERS


Zondag 30 april 2006

The Day of Dutiful Overload

Meldde de Amstelgids 5 januari 2006:
"Levensgenieter combineert bij Ouderkerk plezier met prestaties. Ouderkerk zondag vindt goalgetter in teruggekeerde Arthur Vinkenoog.
Na acht seizoenen te zijn weggeweest voetbalt Arthur Vinkenoog (net 27) weer in Ouderkerk. De rossige aanvaller speelde in die jaren voor de amateurs van Ajax in de hoogste regionen van het amateurvoetbal. Op het laatst verloor Arthur echter zijn plezier in het voetbal en besloot hij om terug te keren naar Ouderkerk. Halverwege het seizoen is zijn plezier terug, staat SV Ouderkerk bovenaan en heeft hij zelf al zestien treffers gemaakt.
Arthur kwam op zijn achtste in Ouderkerk wonen. Als zoon van de dichter Simon Vinkenoog werd hij namelijk geboren in Amsterdam. "Mijn vader en moeder gingen niet zo goed met elkaar om en ze gingen scheiden. Onze buren waren toen Kees en Ellis Verheul. Zij verhuisden naar Ouderkerk en boden aan mij in huis te nemen. Dat heb ik toen gedaan. Nu heb ik dus een hele grote familie en dat vind ik erg leuk. Van Kees en Ellis heb ik vier broertjes en een zusje, verder heb ik nog een echte zus, twee halfzussen en twee halfbroers. Het is voor mij nooit een probleem geweest dat ik twee vaders en twee moeders heb. Mijn biologische moeder is nu zelfs de beste vriendin van de nieuwe vrouw van mijn biologische vader.""
Hiermee is in a nutshell onze extended family geschetst. Dit deel dan.
Wij zien elkaar straks weer in Driemond, waar de laastste beslissende wedstrijd van dit seizoen gespeeld wordt: dochter Anna en Barbara (moeder van Juana, Talitha, Anna en Arthur) rijden met Edith en mij in Volvo 460 mee; doet mij denken aan de jaren dat Edith de junioortjes van NEA (Nuttig en Aangenaam)in Ouderkerk naar hun wedstrijden bracht, op zaterdagochtend.
Tijdens de wedstrijden bleef ik meestal in de kantine een krant lezen; nu zal ik er met beide ogen bij zijn. Men begrijpt dat ik niet zo'n voetbalfanaat ben, aan die wereldreligie doe ik in principe niet mee, maar een trotse vader is het natuurlijk wel die zijn zoon als goalgetter in actie ziet! Dat niet alleen: het is ook zo'n lieve jongen, al mijn kinderen zijn lief, de hier genoemden (Kees, Ellis, Kees jr, Dirk, Gijs, Bart en Anna) het zijn allemaal lieverdjes - sommigen groeien boven mij uit, zo ook zoons Robert (1947), Alex (1961) en Arthur, uit 1978.
Mensen, mensen, mensen - je kunt niet zonder, zei de zonderling. In elk geval redenen genoeg om van iedereen hier te houden. Wij houden u van het verloop van de wedstrijd op de hoogte! Zondagsgroet, Simon Vinkenoog.


Zaterdag 29 april 2006

The Day of the Heavy Image

'Een dichter met durf, ' noemde juryvoorzitter van de VSB Poëzieprijs, hoogleraar Lut Missinne de 36-jarige dichter Mark Boog, 'die een universum schetst met veel ongeluk en ontgoocheling, maar ook weer niet zo erg dat er niet iets goeds van te maken is.'
Hem viel dus de € 25.000 ten deel voor zijn bundel De encyclopedie van de grote woorden, als zijnde de beste dichtbundel in 2005 verschenen. Een der andere genomineerden, Esther Jansma, ontving eveneens gisteren de driejaarlijkse A. Roland Holstprijs (€ 5.000) als bekroning voor haar hele oeuvre.
Prijswinnaars, gelukgewenst! Iedereen hier maar even gelukgewenst, verheugd dit te kunnen schrijven en lezen! Nu nog even in leven blijven; het werd me toegewenst voordat ik gisteren enkele gedichten mocht loslaten op de kleumende bezoekers van de Koninginnenacht op het Amstelveld.
Gegezien de goede geluidsinstallatie en het Jajaja-gedicht van de cd met het Spinvis- combo via de PI als aanvang, stroomden toch meer dan 100 mensen toe, even onttrokken aan de cafés in de omtrek, en waarschijnlijk ook aangetrokken door de Charlie Chaplin-films die na mijn optreden vertoond werden, met live-begeleiding door een op Louise Landes Levi gelijkende pianiste.
Het deed mij inderdaad genoegen dat PROVO-verkiezingsgedicht na meer dan 40 jaar op het Amstelveld weer te kunnen laten horen.
Hoe bloody actueel:
"Je mag niet eens dansen op straat! Hinkelen, tollen, liefde,
poëzie is al verboden!
Wat hebben ze gedaan met de straatzangers? De accordeonisten?
De goochelaars? De clowns? De muzikanten? De straattekenaars?
Verbannen, verdreven - voor hun Afgod Verkeer."

De belangrijkste kop boven een pagina in de Volkskrant vanochtend staat bij een artikel van Cees Zoon, correspondent in Mexico, als opening van het katern het Betoog:
"De oorlog tegen drugs is verloren, legaliseren is de enige uitweg."
Een mij uittentreure bekend betoog, blijkbaar altijd in beleidskringen aan dovemansoren gericht, maar inderdaad: Frappez, frappez toujours!
Dit is de entree van het lezenswaardige artikel, dat ik een (nog) wijdere verspreiding toewens dan onder Volkskrant-lezers, hun buren en vrienden alleen:
"Mafia bloeit door drugsbestrijding. De 'oorlog tegen de terreur' heeft een eerdere 'oorlog' van de VS aan het oog onttrokken: die tegen de verdovende middelen. Dat is jammer, want het is hoog tijd om de balans op te maken, meent Cees Zoon. Overal in Latijns Amerika, het continent waarover hij als correspondent bericht, ziet hij hoe de drugsmafia juist sterker is geworden door de harde aanpak van de productie van coca . De Amerikaanse maatregelen hebben een criminalisering van de samenlevingen en de politiek tot gevolg. De oorlog tegen de drugs is verloren. De Latijns-Amerikanen hebben er terecht genoeg van, want de enige manier om de drugsmisdaad te bestrijden is de consumptie in te perken in de VS en Europa. Legalisering van drugs is lang weggehoond, maar het mislukken van de bestrijding van de productie, toont aan dat er geen andere uitweg bestaat."
Geciteerd Joy Olson, directeur van het Washington Office for Latin America: "De Amerikaanse war on drugs van de afgelopen 25 jaar is een volledig fiacsco, zowel wat betreft de invloed ervan op de beschikbaarheid van drugs in de VS als op de prijzen ervan."
Verder voer voor criminologen, politicologen, sociaal-psychologen, argumenten tegen demagogen, fanaten, hypocrieten.
Eén citaat: "De war on drugs is vrijwel geheel gericht op het bestrijden van het aanbod en wordt daarom gevoerd op Latijns-Amerikaans grondgebied. De consumenten huizen echter elders: van alle drugsgebruikers in de wereld zit 44 % in de VS en 33 % in Europa. Vergelijk die aanpak met de anti-rook campagnes. Steeds fanatieker wordt allerwege het roken verboden, maar nog nooit is voorgesteld de tabaksplantages in de VS te besproeien of fabrieken van Marlboro te bombarderen."
"Legaliseren is mogelijk de enige remedie tegen de kwalijkste aspecten van de drugsplaag: geweld, corruptie en het instorten van de heerschappij van de wet" is het oordeel van Jorge Castañeda, ex-minister van Buitenlandse Zaken van Mexico.
Zelfs de in december 1993 doodgeschoten Colombiaanse cocaïne-kapitalist en volksheld Pablo Escobar wist, dat maatschappijen er nooit in geslaagd zijn verslavingen uit te roeien en dat alleen legaliseren de ondergang van de drugskartels zou betekenen.
Ook Jaime Ruiz, adviseur van de Colombiaanse ex-president Pastrana is van mening dat legaliseren de eenvoudigste oplossing is. "Waarschijnlijk hebben we dan in vijf jaar niet eens guerilla-bewegingen meer in Colombia.".

Wij gingen er even tussen uit, opnieuw lokte de tuin, meer dan de maddening crowds
die deel willen nemen aan de grote Vrijmarkt van de traditionele Koninginnedag. Ook ik kon (serendipity!) mijn slag slaan; op het trottoir hadden drie van onze buren hun jaarlijkse opruiming te koop uitgestald.
Op een tekentafel ('€ 25, gratis thuisbezorgd') lag eenzaam een pontificaal gebonden boek met portret op stofomslag May Sarton - Selected Letters 1916-1954, Edited and introduced by Susan Sherman. Ruim 400 volgepakte pagina's met brieven aan tout le monde van een mij volkomen onbekende schrijfster, van wie ik slechts en paar regels kende, verder niets wist, maar die - blijkt mij nu, zo'n twintig dichtbundels, evenzovele romans, als nonfiction memoires en journals te hebben geschreven (3 mei 1912 - juli 1995); zij wordt hier memoirist genoemd, mooi woord. Boek lag, kortom, op mij te wachten: € 2.-. Ik snuffelde er aan in de tuin: fascinerend.
De regels die ik wél van haar kende, al weet ik niet meer van waar, gebruikte ik als motto in de dichtbundel Het Hoogste Woord, die in 1996 verscheen (uitv.).
Het zijn de volgende, en daar wil ik het bij laten; ik had nog zovveel meer te vertellen, maar dat doe ik dan een andere keer. Tot dan; gauw hoop ik. Morgen voetbalkijken bij zoon Arthur. Vier je eigen feest! Simon Vinkenoog.

                                            May Sarton: INVOCATION TO KALI

Help us to be the always hopeful
Gardeners of the Spirit
Who know that without darkness
Nothing comes to birth
As without light
Nothing flowers.


Vrijdag 28 april 2006

The Day of Steadfastness

Een goed begin. In the groove. Stem, niet uit de groef, maar uit het vooruitzicht. Bij het scrabblen ontdekt dat credo decor is; mooie circumstantie.
Nog even de vanavond uit te reiken VSB-poëzieprijs, die ook in Het Parool en de Volkskrant commentaar opleverde (nog even deze shoptalk levend houden).
Adriaan Jaeggi's Parool-artikel (verlucht met kleurenfoto's van de vijf genomineerden) is getiteld Brave en conservatieve nominaties; evenals Pfeijffer (zie Kersvers gisteren) maakt hij een uitzondering voor Mark Boog.
"Hij strééft tenminste naar iets. Daarmee raken wij des Pudels kern: dit jaar zijn er toch echt ambitieuzer, spannender en betere bundels verschenen dan vier van deze vijf. Joost Zwagerman ratelde groots met Roeshoofd hemelt, Ilja Leonard Pfeijffer sloot het eerste stadium van zijn dichterschap overdonderend en vol bluf af met In de naam van de hond, en Erik Jan Harmens schreef de beste bundel van het jaar, het glasheldere en ontroerende Underperformer.
Hoe is het mogelijk, dat de jury van de belangrijkste Nederlandse poëzieprijs niet één, maar alledrie deze hooggegrepen bundels over het hoofd heeft gezien? In plaats daarvan nomineren zij vooral brave, conservatieve dichters, die dapper voortdoen, maar niet boven het gewoel weten uit te stijgen. Vier van de vijf genomineerde dichters stijgen niet eens boven zichzelf uit. Misschien dat hier een bedoeling achter zit, maar ik zie hem niet".
In Volkskrant's Cicerobijlage vraagt Piet Gerbrandy zich over de volle breedte van de pagina af: Waar is de bruisende, gistende, knallende poëzie?

Ik sta vanavond op het Amstelveld geprogrammeerd, tijdens de Koninginnenachtviering van 18.00 tot 01.00 uur op de Culturele Vrijmarkt, het Cultureel festival in de Amstelveldbuurt, om 21.50 uur, met de vermelding in het programmaboekje "Zijn voordrachten zijn al een halve eeuw een feest voor oog en oor."
Een halve eeuw is overdreven, maar op het Amstelveld heb ik inderdaad, heel lang geleden, eerder gestaan tijdens gemeenteraadsverkiezingen.
Ik riep er in een soort open-podium-situatie mensen op te stemmen op Lijst 12: PROVO met een vlugschrifttekst of straatgedicht Aan alle lastige Amsterdammers, die ik tot mijn verrassing later terugzag in de Penguin Books-uitgave BAMN (By Any Means Necessary) Outlaw Manifestos and Ephemeras 1965-1970, samengesteld door Peter Stansill and David Zane Mairowitz, 1971. In het Engels (na het White Chicken Plan) als Voting Poem: To all the dreary people of Amsterdam, pp.33/34, en parbleu in de appendix in het Nederlands op de pagina's 272/273. Ik schiet in de ontroerde lachtraan, herlees en hervind mij.
Ja, waar anders? Altijd Hic & Nunc, eigen heartbeat.

Gerbrandy oordeelt: "Deze jury kiest niet voor het avontuur. Dat hoeft ook niet, misschien is schoonheid belangrijker dan vernieuwing. Als recensent word ik gedacht nu met namen te komen van dichters die gepasseerd zijn, en dat zijn er natuurlijk altijd meer dan er genomineerd werden. Vervang één lid van de jury door iemand anders, en er komt een totaal ander lijstje uit. Toch mis ik Erik Jan Harmens, Albertina Soepboer en Ilja Leonard Pfgeijffer. Hoe goed de genomineerde bundels ook zijn, ze laten nauwelijks zien dat het in de Nederlandstalige poëzie bruist, gist en knalt.(...) De enige van de vijf bundels waarbij je soms verrast recht overeind gaat zitten, is Kleine lichamen van Peter Ghyssaert (1966). De VSB-prijs dient naar Ghyssaert te gaan."
Einde gespreksstof. "Weet jij nog wie vorig jaar de VSB-prijs won?"
"Nee, eerlijk gezegd niet; wat ben ik blij dat ik geen poëzie-recensent ben!"
Graag even terug naar de dichtkunst.
Een fragment uit C. Buddingh's Ode aan de poëzie:

"En het zijn niet alleen de woorden, de beelden, de regels,
die in je liggen opgetast
als de goudstaven in de Bank van Engeland, maar alles
wat je ziet: een herfstblad, een meisjesprofiel, een pompoen
aan een muiltje, een wit paard naast een koffiekopje,
een kat achter een raam, geitenkeutels in een plantsoen,
het glanst allemaal als scherfjes onvergankelijkheid,
je leeft zowel in het begin als aan het einde der tijden,
in jou wordt de wereld geschapen, in jou
is al wat er rest een handjevol sintels,
in jou gaat de dood elke dag als een gek te keer
opdat ook de volgende ochtend de leeuwerik zal zingen,
in jou, die daar schuw naar school toe schuifelt
met twee centen voor nieuwe knikkers."

Het is een van de gedichten die ik graag voorlees; opgenomen in mijn Goede raad is vuur, waarover ik gevraagd werd te schrijven voor VPRO-Boeken-nl, wat ik gisteren, met graagte deed. Een goede dag verder toegewenst. Simon Vinkenoog.


Donderdag 27 april 2006

The Day of Self-Sufficiency

Nee, omzien in wrok doe ik zeker niet, kon ik Piet Piryns meedelen, die vanochtend langskwam om mij vragen te stellen over Hugo Claus, wiens biografie hij gaat schrijven: zal nog wel vijf jaar duren, zegt hij.
Gevraagd om herinneringen aan de Parijse jaren, begin vijftig van de vorige eeuw - een cluster van mensen, kosmopolitisch, creatief - doorploeg ik mijn geheugen. Welke plooien moesten worden platgestreken? Piet P. is verheugd over mijn volledige medewerking (hoe kan ik anders), nu zoveel van mijn tijdgenoten, ooggetuigen, medespelers, aan geheugenverlies lijden.
"Simon Vinkenoog rapporteert dagelijks over zijn enerverende bestaan op zijn eigen webstek." staat te lezen op de uitnodiging voor de poëzie-en-muziekavond Schrijvers in Groeneveld, vrijdag 12 mei a.s. Info www.kasteelgroeneveld.nl.
Niks enerverend; dat zal de projectie van de samenstel(st)er van deze tekst zijn; ik zou geschreven hebben zijn actieve bestaan, want dat is het, blij toe - tellende mijn zegeningen, immer onhoorbaar gebedsmolentje, 24 uur per dag met alle winden meewaaiend.
Ook hier schijnt (achter glas weliswaar) de zon op mijn handen; wat hebben wij die straling gemist. Enerverend lijkt me het gevoel opgejaagd te worden; twee jaar geleden toen ik een aanvang maakte met het verschijnen op de www-levensmarkt had ik wél het gevoel dat de dood mij op de hielen zat, met in mijn achterhoofd het vele dat ik meende alsnog te doen te hebben, om op virtuele wijze verder te brengen - maar ijzer valt inderdaad niet met twee handen te breken, dus doen we het wat stapvoetser aan - en dat gevoel ben ik kwijt. Ik oefen me in Leegte. Meet your Maker.

Wij wilden het vandaag over poëzie hebben.
Vanavond om 20.00 uur een Week van de poëzie-special, "Loterij of Laureaat", gehouden in het kader van nu gaande zijnde week van de poëzie in De Rode Hoed aan de Amsterdamse Keizersgracht 102. Volledige agenda www.weekvandepoezie.nl en www.vsbpoezieprijs.nl).
Hoofdrolspelers zijn nolens volens de vijf genomineerden voor de VSB-poëzieprijs, een bekroning (van € 25.000) van de beste dichtbundel van het afgelopen jaar, die morgen om 20.00 uur voor de dertiende keer feestelijk zal worden uitgereikt, m.m.v. de genomineerde dichters. Juryvoorzitter Lut Missine over de inzendingen 2005, een laudatio uitgesproken door Maria Barnas en een rede van de laureaat. Presentatie: Elsbeth Etty. .
Ik neem als vanzelfsprekend aan dat de voor vanavond aangekondigde Discussie over de criteria van literaire jury's (met Rob Schouten, Thomas Vaesssens en Marja Pruis o.l.v. Kenneth van Zijl) zal ingaan op het bijna pagina vullende betoog van Ilja Leonard Pfeijffer in NRC Handelsblad van vrijdag jl. Ik hoop er over te lezen; media - doet uw plicht!
'Zachtmoedig als gewapend beton' staat te lezen boven de 4-koloms afbeelding in kleur van het fotoschilderij van Teun Hocks, To and Fro (1986), waarop een man zich in regenjas, op blote voeten en pyama tegen de storm in een weg door een kaal herfstlandschap baant en een kaars brandend houdt, terwijl zijn hoed wordt weggeblazen en grimmig licht aan de horizon. Geen rode hoed, nee, een witte. En boven weer vijf portretfoto's op een rij de prangende vraag: "Waar is de wilde, overvloedige, spannende poëzie gebleven?"
Als uitgangspunt van Pfeijffer's betoog de vaststelling: "De jury van de VSB-poëzieprijs die vrijdag 28 april wordt uitgereikt, heeft de beste bundels van het afgelopen jaar straal genegeerd. In plaats daarvan is poëzie genomineerd die lijkt op wat er al bestaat."
Pfeijffer uit zich in zeer krasse bewoordingen; volgens hem is de nominatie van vier van de vijf bundels "niets minder dan een provocatie. Het is een eenzijdige keuze tegen het experiment, de vernieuwing, het risico en het avontuur, en vóór traditiegetrouwheid, verspilling en lafheid."
Bij enkele geciteerde regels van vier hunner noteert hij: "Het is allemaal inwisselbaar, voorspelbaar, clichématig, schon dagewesen en volledig irrelevant."
Tegen Peter Ghyssaert (Kleine lichamen), Esther Jansma (Alles is nieuw), Roland Joris (Als het dichtklapt) en Martin Reints (Ballade van de winstwaarschuwing) stelt Pfeijffer drie dichters voor, die hun hoge inzet gemeen hebben: Joost Zwagerman met Roeshoofd hemelt, Erik Jan Harmens met Underperformer en Piet Gerbrandy met Drievuldig feilloos vals.
Hier, na argument en citaat, ook drie keer de bijna identieke litanie: "Je kunt misschien zeggen dat je hier niet van houdt/Misschien zou je kunnen zeggen dat dit je persoonlijke smaak niet is/Wellicht is het je smaak niet.
Maar je kunt onmogelijk zeggen /beweren/beweren dat de bundel R. van J.Z./U. van E.J.H./D. van P.G. geen belangrijke/goede/belangwekkende bundel is.
Nounou; ik voel me bij deze close reading een beetje Opperlands, en zeker een buitenstaander - ik weet te weinig van deze dichters af. Harmens zou mijn laureaat zijn. jawel.
Kortom: retournons à nos moutons, te weten Ilja Leonard Pfeijffer:
"Deze drie dichters zijn niet tevreden met het nadoen van poëzie die al bestaat. Zij zoeken het avontuur van de vernieuwing en gaan over onbetreden paden. Dat is op zijn minst interessant en belangrijk. Omdat zij slagen in hun missie, zijn de bundels goed. En dit is geen kwestie van smaak, maar een objectief gegeven. Ook andere bundels die in 2005 zijn verschenen kunnen in dit verband genoemd worden, bundels die op zijn minst interessant zijn, zoals Zacht gat in de broekzak van Elma van Haren, Deze rouwmoedige schoonheid van Lucas Hüsgen, zeer zeker ook Spuit je ralkleur van Astrid Lampe, en het spannende debuut Prijken die buik van Peggy Verzett. Een jury die erin slaagt om geen van deze bundels te nomineren, diskwalificeert zichzelf. En dat is precies wat er is gebeurd. Dit is des te opmerkelijker omdat de goede, belangrijke en avontuurlijke dichters Maria Barnas, Rob Schouten en Henk van der Waal deel uitmaken van deze jury, die wordt gecompleteerd door Luty Missine en Christi Klinkert."
Volgens Pfeijffer is Mark Boog (www.markboog.nl) met De encyclopedie van de grote woorden de enige, die terecht is genomineerd; zijn portretfoto'tje staat hier dan ook in kleur (knipoog) afgedrukt, tussen de zwart-witte andere dichters.. Kortom:
"Traditiegetrouw wordt van de recensent verwacht dat hij een voorspelling doet wie de prijs zal gaan winnen. Om redenen die duidelijk zullen zijn, zal ik daar voor deze keer vanaf zien. Wanneer de VSB Poëzieprijs volhardt in zijn zo goed als eenzijdige keuze voor laffe poëzie en zijn volledig negeren van experiment, vernieuwing en avontuur, dan zou ik mij zelfs niet durven wagen aan de voorspelling of hij zijn veertiende editie zal halen, noch aan de beantwoording van de vraag of dat wenselijk zou zijn."
Aldus een der weinigen, die zo nu en dan een knuppel in het hoenderhok van de poëzie
gooit. Maakt het wat uit? Is er leven in de Republiek der letteren? Mandarijn? Canonisator? Inquisiteur? Welke dubbelrol past hem het best? Hogepriester? Eenoog in het land der blinden? Onbeperkt domein, er bestaan geen regels. There are no rules.

In onze tuin geen onkruid. Alleen bodembedekkers. Tijd voor een kort gedicht, aangetroffen nota bene in de brievenrubriek van NRC Handelsblad, tijdens de week van de poëzie, datwel, het goede voorbeeld gevend:

"TAÏDA
Ik ben één in een menigte
ik protesteer. Hoor keer op keer
aan alle kanten om me heen:
in zo'n land wil ik niet meer
leven. In plaats van eer
wie ere toekomt: zo'n moedig
en leergierig meisje wordt ze
verwijderd. In plaats van open
armen krijgt ze te maken met
een feeks met harde zelfvoldane
kaken.Die weet wat wet is.
Onaangedaan. Heeft waarden
in haar vaandel staan.

Judith Herzberg, dichteres, Amsterdam.

En als afscheid vandaag, het gedicht Cartomantica, behorende bij een in memoriam Tip Marugg (1923- 22 april 2006), eveneens in NRC Handelsblad (zóveel poëzie uit 1 krant!):

"Ik heb melk gedronken
en een berg beklommen
maar vond niet het hazepad
waar Eros had gesluimerd.
Tussen twee paardenpoten door
had de avondwind gewaaid
tot op mijn ruige borst.
Zo te sterven.
Tussen de harde rotsen
Met het zonlicht in mijn ogen."

Iedereen genomineerd? "La poésie doit être faite par tous. Non par un." Isidore Ducasse, Comte de Lautréamont.
Uitstekend! Gegroet, uw chroniqueur Simon Vinkenoog.


Woensdag 26 april 2006

The Day of the Cultivator

Het werd gisteren inderdaad een actieve tuindag; na vroeg bezoek aan de trombosedienst en de Turkse bakker brachten wij van 10 tot 6 de ganse dag op de zonnige tuin door. Terwijl Edith het huisje binnenstebuiten keerde (spinnen begroette en uitliet) hield ik me bezig met het toevoegen van voorwerpen aan mijn totem van nutteloze dingen, het verwijderen van balsemientjes tussen de terrastegels, het afzagen van de vijf laagste denneboomtakken, het opbinden van een kamperfoelie, het dood hout halen uit de ligusterheg, het weghalen van een overtollig toegangsdeurtje, het verschonen van klimop en uiteindelijk geholpen drie volle vuilniszakken af te voeren. Van een stapel meegenomen, ongelezen kranten, enkele doorgenomen en er artikelen uitgeknipt, de clematis zien groeien, alsmede de varens die zich zichtbaar ontrollen, minstens een decimeter per dag erbij.
En toen waren we bekaf, keken naar voorbijsnellende actualiteiten (de rechter met zijn internetbruid uit de Oekraïne) en opnieuw een scherfje Tsjernobyl.
Als er dan twee zielen in mijn borst huizen, hebben ze het wel met elkaar getroffen: op een gegeven moment wordt de huismus tuinkabouter, met het wisselen van de seizoenen.

Mijn 'poëziecollege' aan de Radboud Universiteit in Nijmegen werd weliswaar mét portret in postzegelformaat in de Volkskrant vanochtend (zonder tijdstip of plaats van handeling) bij de rubriek 'Mensen' op de Service-pagina aangekondigd ("Hij vertelt over zijn schrijfproces en zijn opvattingen over poëzie"), maar bij aankomst in het Cultureel Café op de campus, tegenover de Erasmustoren, bleek uit flyers, dat het ging om de vraag: "Altijd al meer willen weten over poëzie? Kom naar de lezing van Simon Vinkenoog woensdag 26 april 2006 om 12.45 u in CC4 toegang gratis."
Weer reisde ik door de ideeën aan boord, liet gedichten horen, van Kees Buddingh' (diens Ode aan de poëzie), Antonin Artaud, e.e.cummings, Ben Okri en mijzelf; liet weten hoe ik over de wereld dacht, hoe ik had geleerd het leven as such te aanvaarden en te beamen, hoe de poëzie mijn leven bepaalde en daar de (dicht)ader van was, hoe ik de nieuwsgierigheid en verwonderinbg hoog hield, actief bleef, daarbij voortdurend hameren op het belang van onze gevoelens, de intuïtie, en het zelfvertrouwen.
Kortom; het was nog vroeg, na afloop, en de zon was gaan schijnen, dus opnieuw tuinwaarts richtten zich onze schreden - in casu de wielen van onze groene Volvo. Ik heb een nieuw notitieboekje aangeschaft (d.w.z. Edith kocht het voor me) en ik schrijf naar hartelust, met de zon op de hand, in de buitenlucht, op het terras.
Geen groter plezier, en wat een genot te zien hoe onze zomerse lusthof zich aandient, hoe overal knoppen zwellen, de clematis nieuwe wegen begaat. Hoe scherp in dit licht de heldere kleuren van de groep viooltjes dorstlessend op tafel, de tulpen in de mooiste kleurnuances; er komt nog een paarse variant aan.
Toch nog van alles gedaan, terwijl ik me ook een weg baan door het boek van Jan van Aken: Het fluwelen labirint, onder meer te hoog opgegroeide zegge op twee plaatsen rond de vijver met een snoeischaar weggehaald. Aandacht.
Nu rust ik werkelijk uit; de zon schijnt nog altijd op de zijmuur van het Amstel Hotel; lekker lang licht inderdaad, het zijn Edith's woorden waarmee ik de dag besluit.
Love is all you need. Simon Vinkenoog.


 

Dinsdag 25 april 2006

The Day of Physical Substance

My home is where my heart is... en ik moet zeggen dat de tuin trekt, na de daar gisteren doorgebrachte uren. Niet alleen Tsjernobyl 20 jaar geleden, maar deze dag precies 15 jaar geleden stapten wij het Buitenzorg-complex binnen, waar wij elke zomer weer zouden aarden - zonder het nog te weten. Geen haar op ons hoofd dat aan een 'volkstuin' dacht, maar wij hadden een Volvo te repareren bij Van Vloten aan de Meeuwenlaan, en konden binnen (met een kopje koffie) of buiten wachten; wij maakten een wandeling en stonden voor een open hek aan de Zamenhofstraat. Vele malen daarna heb ik mensen gevraagd of ze wisten wie Zamenhof is of was, en ik ga het hier niet nog eens een keertje vertellen. Stil. Vogelgekwetter. Van Gogh-boompjes in wilde rosse en rode bloei. Wij wandelden de Asterlaan af, langs de rand van het W.H.Vliegenbos, waarvan de bomen achter hek en sloot zich als beschermengelen boven de paden en percelen bogen, niemand te zien, rust all over the place. Bij nummer 25 aangekomen (ons huisnummer in de stad), een goed in de verf zittend(!) huisje, met omlaaggetrokken luxaflexgordijnen, viel ons oog op het bordje TE KOOP. Wij keken elkaar aan, betraden het tuinpad en snuffelden rond, keken elkaar aan, bliksemend inzicht blijkbaar - binnen een week was de huurkoop gesloten en wilden en konden wij ook gebruik maken van de gedoogregeling tot overnachten.
Het begin van een heel ander verhaal, dat zich niet in de papieren wereld van meningen en feitenrelazen afspeelt. Na het verhaal van Coen van Zwol 'Twintig jaar na de ramp met kerncentrale in Tsjernobyl: Nucleaire charmes' in NRC Handelsblad van zaterdag, dat van Karel Knip 'Ontelbare doden: Tsjernobyl-sterfte kent enorme marges' in dezelfde krant, en de wel zeer ondermaatse behandeling van dit onderwerp in de Netwerk-rubriek gisterenavond, wist ik het weer. Ik stel me al bij voorbaat in op het komende media-vasten en realiseer me dat de wereld zonder mij ook doordraait, met of zonder televisie, ochtend- en avondkrant: lectuur te over.
En genoeg te doen om de natuur een handje te helpen, ja?
Zoveel te doen, te zien, te ruiken - ik bereid me weer op zo'n dag voor. Af en toe een tuin-akkefietje, wat te lezen, schrijven, spelen, praten, tekenen, knutselen, werken aan mijn totem van nutteloze dingen. Als het eenmaal zo ver is, als we de overgang bewerkstelligd hebben van stad naar buiten, zo rond de ijsheiligen, is het in 1 dag gebeurd; zitten we in een ander postcodedisirict van ons geliefde Amsterdam, op onze zelf gehuurde 400 m2. Om de dag gaat Edith thuis de kranten en de post ophalen; soms zal ik meekomen om dit huiswerk te verrichten, mijn kersvers eitje te legggen.
Maar, zoals ik al eerder heb betoogd, het huiswerk van de dichter speelt zich vaak buitenshuis af. En soms is het huisje, boompje, groen gras en een vijver met een grote kikker. Vakantie in eigen land, God in Frankrijk onder het druivendak later dit jaar, en wij noemden het, als vanzelfdsprekend: Datsja EDEN. Zo zij het. Dit zijn, tussen haakjes, paradijselijke notitities. Gegroet; het hek is na zonsondergang dicht. Simon Vinkenoog.


Maandag 24 april 2006

The Day of the Protective Chronicler

Welkom Week Zeventien! Wat komt u ons brengen? Ten afscheid van het weekend in de grote zaal van het Muziekgebouw aan het IJ Die sieben Todsünden uit 1933 gehoord (en gezien: twee danseressen-zangeressen van formaat) van Kurt Weill en Bertolt Brecht, uitgevoerd door het Nederlands Blazers Ensemble.
Deze satire uit 1933 over de zucht naar geld en succes behelst de vraag: waar het werkelijk in het leven om gaat. Het programmaboek met de gezongen teksten vermeldt ook: "In 2006 is commercie nog steeds het hoogste goed en succes het grootste gebod. Veel, zo niet alles, wordt daaraan opgeofferd. Maar de onontkoombare dwang waarmee de massamedia dit gebod anno 2006 opleggen zou zelfs voor Weill en Brecht onvoorstelbaar zijn. Daarover en over de doodzonden die op dit moment tegen de cultuur worden gepleegd gaat De zeven Deugden, een nieuw werk dat door zeven componisten en zeven dichters speciaal voor dit programma werd gecreëerd." Bij teksten van Ilja Leonard Pfeijffer, Eva Cox, Simon Vinkenoog, Maria Barnas, Starik en Def P componeerden Louis Andriessen, Cornelis de Bondt, Wilbert Bulsink, Alison Isadora, Theo Loevendie, Mayke Nas en Martijn Padding muziek.

Nederlands Blazers Ensemble met eenmalig live-optreden van Simon Vinkenoog

De laatste voorzag mijn voor de gelegenheid geschreven (en op de band opgenomen) tienregelig gedicht "Blijf bij de les in 2006" van dartelende muziek, en verschafte mij de gelegenheid het gedicht persoonlijk voor te dragen; een aanbod waarop ook Starik en Def P. waren ingegaan; het was interessant deze mijn medepennevoerders bezig te zien - ieder bewust van eigen effectbejag of -gedrag. "Je maakte er een show van, hè?" Jazeker, met genoegen: no business like show-business.
Jan Mulder zou er alles van moeten weten, maar jammert wat af in de Volkskrant. "Ik moet alleen verder." (sniksnik) En ik dan? Werkloos." Heeft-ie soms ook zijn ontslag bij de krant gekregen; hoe durf je je als schrijver werkloos te noemen.
Schrijvers hebben toch een vreemde manier om zich te uiten. Nu lees ik in de NBE-programma Pfeijffer's uitspraak in zijn boek Het geneuzel, "Er is geen tijd meer voor compromissen. Er zullen koppen rollen in dit boek. Wie niet van bloedvergieten houdt, houde zich beter verre van de heilige oorlog die poëzie is."
Voor mij beteklent dichtkunst eerder heilige Vrede; verder heb ik dit geschrift niet gelezen en heb ik niet zo'n hoge pet op van zijn pohetisch werk, maar gun hem graag zijn snedig pennetje; ik weet dus niet welke koppen gesneld zijn en gerold hebben. Wie weet wel de mijne; ik heb er niets van gemerkt. Soms nemen mensen hun eigen aangelegenheden zo serieus, dat ze daarbuiten geen lach of knipoog meer dulden.
Als ik zeg dat ik fanatici haat, is dat een bedaarde haat, ik spring bijvoorbeeld niet gauw uit mijn vel, en die haat, die ik kort na de oorlog met me meedroeg, keerde zich niet zozeer tegen de mensen, als wel de mentaliteit die zij representeerden En je kunt je blijven(d) doodergeren aan wat Michaël Zeeman in de Volkskrant (Economische probelemen, culturele vragen) noemt: ideële besluiteloosheid en politieke verlamming.
En: "De macht is aan de kletskousen, het woord niet aan de denkers".
En Ik, ondergetekende hier, zie de toekomst nog steeds als een uitnodiging; aan geen enkele verlammende miserabilstische gedachte wil ik meedoen. Uit zelfbehoud. Het verlicht eigenbelang, dat het algemeen belang is.
Wij gaan in de tuin werken; op dit moment het allerbelangrijkste.
Ik gun u nog één citaat uit de KNACK Boekenspecial (tot 30 april boeken in België tegen lanceerprijs) over de Literaire Lente 2006. Zie www.boek.be.
Na een interview van Joël de Ceulaer met de 30-jarige schrijfster Saskia de Coster stuurde zij hem per e-mail een definitie van God. "God is zeker een wie, geen wat. Geen vage levensvorm dus, laat staan een wonderbaarlijke steen of ademtocht. God is mijn zelfgemaakte huishoudster. Een hyperindividuele afsplitsing van ieder individu die de persoon op een afstand, schoudersafstand, bekijkt en die een heel realistische praktische kijk op het leven heeft. God is een über-egoïst die vanuit het andere standpunt kijkt. Zo schept iedereen zijn eigen persoonlijke God."

In elk geval: het pad naar het goddelijke is geen circus.
Simon Vinkenoog.

PS Het Nederlands Blazers Ensemble www.nbe.nl treedt met dit programma nog op in:
     Musis Sacrum Arnhem di 25 april 20.15 uur
     Muziekgebouw Vredenburg Utrecht wo 26 april 19.15 met Het Half Uur
  
Nieuwe Kerk Den Haag do 27 april 20.15 PROMS-concert


Zondag 23 april 2006

The Day of Adopted Security

Die dadendrang, vanwaar? Je est un autre; die zou zich zelf al lang in jouw plaats wat rust gegund hebben, en jij gaat altijd maar door, nietwaar, Steeds Verder? Of niet soms?
Soms is het moeilijk iemand tegen te spreken als je met jezelf in gesprek bent, en in feite is dat juist wat eenieder voortdurend doet, wat je zegt ben jezelf, een bevestiging
van wat je meent, weet of denkt te begrijpen.
In ieder mens, in ieders leven bestaan de paradoxen naast de vooroordelen en de illusies of idee-fixen; aan de hand van allerlei indrukken, opvattingen, meningen, feiten overtuigingen maken mensen gevolgtrekkingen over wat ze geleerd hebben, zo ze al iets geleerd hebben -en anderen doen er iets heel anders mee en sommigen niets; alles mag - zei de buitenstaander. Zelf buiten alles staand, is het met zo veel meer plezier om ontspannen en onthecht de literaire lente weer te voelen. Ja, ze zijn er weer, de eager beavers, en ik laat ze alle eer. Eenieder zijn huisje, kruisje, muisje, gruisje.
Ik trek me terug als het over anderen moet gaan. Ik moet proberen mijzelf zo duidelijk mogelijk uit te drukken. Ik heb dat vanochtend in een monoloog van drie kwartier gedaan, tijdens de lezing in Kasteel Walburg, in de voor- en najaarsreeks Poëzie op zondagmorgen.
De reeds lang te voren gemaakte afspraak bleek deel uit te maken van een groter project. Sint-Niklaas was gisteren en vandaag, volgens het programma, voor de negende keer weerom een bruisende haven voor de ware literatuur- en poëzieliefhebber. Een heel weekend lang wordt de boekminnaar langs pakkende literaire ontmoetingen en intense poëtische plekken in de stadskern geloodst. ARCHIPEL, vernoemd naar de debuutbundel van de Sint-Niklase dichter Paul Snoek, wordt ook dit jaar gekenmerkt door interessante samenwerkingen, boeiende locaties en nieuwe initiatieven. Alles in functie van het boek! In de Standaard boekhandel was vanmiddag Jelle van Riet in gesprek met 'literaire wonderboys Hafid Bouazza en Herman Brusselmans.' Zie verder www.ccsint-niklaas.be.
Terwijl ik dit, weergekeerd in thuishaven Amsterdam schrijf (en luister naar John Coltrane) is Kader Abdolah, genomineerd voor de Libris Literatuurprijs 2006 met zijn boek Het huis van de moskee, daarover aan het spreken in boekhandel 't Oneindige Verhaal aan de Nieuwstraat 17. 9100 Sint-Niklaas.
Daar verscheen deze feestdagen ook de nieuwe verzamelbundel Vreemdsoortig gebied, 31 Wase dichters, samengesteld door Frank Pollet, ISBN 90776410411.www.colibro.be
Wase dichters zijn (leg ik, zelf eerder daarvan onwetend, graag even uit) dichters uit het Waasland. In de Dikke Komrij zijn, volgens de samensteller in zijn geografisch-statistisch Intro, de volgende Wase dichters in de volgorde van hun opgenomen gedichten vermeld Tom Lanoye (8), Dirk van Basteleaere, Frans Buyle en Paul Snoek (6), Lut de Block (4), Erik Spinoy (3), Bart Plouvier en Anton van Wilderode (2) - de 1-=tjes bespaar ik u. Wat zij gemeen hebben, in het land van Reinaart de Vos?
Het woord 'patrimonium' viel op het zonnige kasteelterras; het woord lang niet gehoord! Ieder van ons, dichters, schrijvers, woordvoerders, van zichzelf het meest: Kijk, Ik Ben! Ieder met eigen stiel en handelwijze - ships that pass in the night. Ieder preekt voor eigen parochie, en de zon scheen en het raam stond open, en een honderdtal mensen had zich uiterst vriendelijk geschaard, tegenover het podium, in vijf lange rijen stoelen, als een lange rechthoek, waar alles zo klassiek was als maar kon.
Klein podium, waarop plaats voor tafel en stoel, microfoon en waterkan; daarachter gezeten moest zich het schouwspel voltrekken - ook zo klassiek als maar kan. Waar ik wel tegen kan.
Maar eerst. Eenmaal aangekondigd door de beminnelijke en kundige Cultuurfunctionaris Dirk van Driessche, liep ik langzaam - ik kan niet anders! - de mensen langs kijkend radend ogen ramen vensters deuren poorten wie wat waar stapje voor stapje, de ganse rij langs en weer ommegekeerd, gezegd hebbende van alles, dat op de tong van het moment zelf geboren wordt, en wat je vergeten bent als je het eenmaal gezegd hebt. Rare moments! En je liet weten hoe goed het was en waarom en waar het om ging, wat schuilgaat in onze moedertaal, in die taal die zich verdichten laat, en soms openbaren. En toen pas kon je rustig gaan zitten, je tas uitpakken, het woord blijven voeren, knipogen, verhalen, lezen en voorlezen: Usinger, Van Ostayen, Ben Okri, Lew Welch - o, alle die poëtische handreikingen verzameld in Goede raad is vuur.
Relaxed publiek, lenteweer, goedertieren de spreker-voorlezer; iedereen op zijn gemak. Babygeluidjes, uiterst rechts, eerste rij. Hij wil moederborst, zei ik; lukte. Baby stil. Een tijdje later weer de baby. Ik zei: hij wil de andere borst. Hetgeen geschiedde.
De moederborst, o wat hebben wij de aarde liefde, onze vruchtbare bloeiende aarde. Kijk om je heen en wordt verliefd. Blijf het. Forever yours.
Niets gezegd hebbende tussen de wonderboys, ieder op zijn eigen speelplaats, forum, publiek - ik heb gekozen voor het romantisch dichterschap, en krijg nog heel wat appeltjes te schillen! Back to basics. Where.
Hoe onderhoudend ook het vijfde Vlaamse Boekenbal, zaterdagavond gevierd door Antwerpen Boekenstad en het Flanders Congress & Concert Centre in de Antwerpse Zoo, waarvan de smalle ingang (inkom) aan het Koningin Astridplein, langszij het Centraal Station, niet doet vermoeden wat zich daarachter verschuilt. Steeds gewilder, begrijp ik. Terecht. Diverse plaatsen van handeling; de Wintertuin, waar de 'belofteploeg van de vlaamse poëzie', negen dichters, zich kort lieten horen voor een beperkt aantal toehoorders.
Meer mensen trok in de Looszaal het Orquesta Tanguedia, wij hoorden daar ook het tweede stadsgedicht van Bart Moeyaert en nestelden ons daarna onder de pilaren van de Marmeren Zaal, waar wij ons voelden als in de Karnaktempel van Luxor en ons uitstekend konden onderhouden met Dick Gubbels, Frank Gribling, Bas Kwakman, Martin uit den Bogaard, Phil Bloom (www.philbloom.com) - long time no see -en andere opgewekte en vrolijke Vlaamse en Nederlandse passanten.
In deze LOUNGE waar gepraat en gerookt kon worden ('hier bevindt zich ook een van de twee bars') geen hotemetoten gezien; geen poespas, niemand in pak met stropdas. Wij staken het plein round about midnight over naar het Astrid Park Plaza Hotel, waar een kamer op de achtste verdieping ons ruimschoots de gelegenheid had gegeven de op het plein gaande bouwwerkzaamheden (parkeergarage, nieuwe trambanen) te bestuderen, alsmede het wegtakelen van verkeerd geparkeerde auto's. Daar keek ik een tijdje naar, toen gingen wij vroeg slapen in verband met de lezing in Sint-Niklaas vanochtend. Dag nog niet voorbij. Even mijn zondagstong ontrold. Vraag ontweken. Simon Vinkenoog.

Uitzicht op het Koningin Astrid plein vanuit onze hotelkamer op de 8e etage


 

Zaterdag 22 april 2006

The Day of Established Presence

Het moest er van komen; het kwam er van! Lang niet langs geweest; rondbanjeren (la dérive psycho-géographique, in de taal der situationnisten) in Amsterdam, als in vroeger dagen, komt er nauwelijks meer van.
Galerie Lambiek
, Kerkstraat 132, 1017 GP Amsterdam opende gisteren, in samenwerking met Uitgeverij Oog & Blik een schilderij&tentoonstelling van Aart Clerkx, onder het motto "Hoe oud is Dora?"
Tevens verscheen van diens schrijf-en tekenhand DIT en DAT, een stripverhaal rond verwarrende verwisselingen (52 blz., ISBN 90-5492-124-2; het duo Bindervoet & Henkes wist daar met een dialoog een pseudo-filosofisch tintje aan te geven, door epistomologie te bedrijven in de van hen bekende spits-onhandige trant. Nachtzuster Hester, vaker beluisterd, zong met verpletterende stem, mooi begeleid door accordeon en viool, enkele poëtische smartlappen; ik herkende Yodica van Paul van Ostaijen.
Kees Kousemaker verwelkomde mij uiterst hartelijk: wij hadden elkaar inderdaad in geruime tijd niet gezien, en het een en ander te vertellen. (Jaja, I know, contaminatie heet dat, en mag niet.)
Olaf Stoop werd in onze herinnering opgenomen, stoutmoedig beheerder van de Real Free Press, onvergetelijk mens...En wij spraken over Steef Davidson... En in de inspirerende expositieruimte, gezeten tussen de albums, tekeningen, schilderijen en andere parafernalia konden wij ons vermeien in gesprekken met Aat Veldhoen en Hedy d'Ancona, Bill Bowedes en Simone Carlier, Peter Pontiac, Jan Bianchi, Erik Schreurs en enkelen, wier naam niet overkwam: iemand herinnerde mij - en dat is al heel lang geleden - aan science-fiction congressen in de RAI, waar ik aanwezig was en het woord voerde.
Dat alles, wat ik in mijn leven heb meegemaakt, opnieuw weer langskomt, is een gegeven waarmee ik geleerd heb voortdurend rekening te houden. Het is vaak nog interessant, ook.
Van Joost Pollmann schafte ik mij een Bert Bakker-uitgave uit 2005 aan: Een indruk van echtheid - stukken over strips,194 blz., ISBN 90 3541 2942 3. ("Als appendix bevat het boek een abc van de grafische roman met een lijst van aanbevolen titels, die beschouwd kan worden als een canon van de getekende literatuur.")
En dan, mijn klassieke vraag in een boekhandel: 'Wat moet ik volgens u absoluut aanschaffen?'
Manu Larcenet, De dagelijkse worsteling (Oog & Blik, 2004, 54 blz. albumformaat, uit het Frans vertaald, ISBN 90 5492 123 4) werd het - alsnog te lezen & bekijken. 'Dit is het verhaal van een vermoeide fotograaf, van een geduldig meisje, van alledaagse gruwelen en van een eigenwijze kat.'
Inspirerend samenzijn; wat het altijd zou dienen te zijn. Lachende mensen, echte en authentieke: kom daar nog maar eens om! Virtueel te bereiken via www.lambiek.net en www.oogenblik.nl.

Afscheid van een andere jongenswereld, die van het trio Barend, Van Dorp en Mulder. Van mij hadden ze niet hoeven stoppen, hoewel ik zeker niet dagelijks keek/kijk. Langzamerhand raak ik uitgekeken op politici en voetballers.

Op weg, straks, naar Antwerpen en St.Niklaas, waar ik morgen in de 31ste jaargang van Poëzie op zondagmorgen om 10u30 in Kasteel Walburg een lezing verzorg. Morgenavond in Amsterdam terug, DV, het Nederlands Blazersensemble in het Muziekgebouw aan het IJ. Ik leverde op verzoek een gedicht aan en wil zien en horen wat componist Martijn Padding daarvan heeft gemaakt.

Ik wens u allen een prettig weekeinde. Volgende week wil ik bezoekers op de hoogte brengen van recente uitbreidingen op deze website. Weet iedereen dat zich achter de link 'Hear me! See me!' onder meer het prettige gesprek schuilgaat, dat ik tien jaar geleden met Theo van Gogh voerde? Ik zou bijna zeggen: aanbevelenswaardigte lectuur, maar je kunt het ook met eigen oren horen.
De meditatie in Goldschneider's Geboortedagkalender luidt overigens voor vandaag: Seeing in the dark isn't done with one's eyes. Klinkt als een Zen-koan! Ik laat je er mee achter. Simon Vinkenoog.


Vrijdag 21 april 2006

The Day of Professional Commitment

"Mens zijn is voelen dat men bijdraagt aan het bouwen van de wereld, als men zijn steen legt."
Het citaat van de Franse schrijver-aviateur Antoine de Saint- Exupérie liet ik gisteren onvertaald, zoals ook veel van mijn woorden onvertaald blijven als je de wereld niet kent, van waaruit zij geschreven worden.
Het bewustzijn. Er gaat niets boven; binnen het bewustzijn bestaan alle menselijke producten, plus wat de natuur buiten ons biedt en wat wij daarvan in ons innerlijk aantreffen.
Wat een vreemd soort mensen, zonder gevoelsleven. Ik probeer het me wel eens voor te stellen, dat je inderdaad door de macht der gewoonte of de rede alleen, door dogma's en tradities gedreven wordt, zonder dat er van jou zelf iets uitgaat, niets dat je interesseert of waarnaar je nieuwsgierig bent, niets dat je uit je zelfgeschapen eenzaamheid kan verlossen, niets dat je bindt.
Wel, ik ervaar elke dag opnieuw welbewust de duizenden banden die mij aan het leven binden, terwijl ik me op mijn 77e (18 juli a.s. 78) natuurlijk evenzeer steeds bewuster ben geworden van het onloochenbare feit, dat het met mijn lieve leventje op een gegeven ogenblik, vroeg of laat, niet nu en nooit alsjeblieft, gedaan is.
Punt. Uit. En het blijft een mysterie, tot dat allerlaatste moment gekomen is, wat dan die volkomen breuk met Alles betekent, als je van alles om je heen in één grote klap in het Niets overgezet wordt. Samsara-Nirvana. Leuke vertaling. The rest is silence. Bekroning? Beloning? Wij Weten Er NIETS Van Af. Stel je voor, dat het zó gemakkelijk zou zijn: de overgave.
Ik herinner me wat Harry Mulisch ( in Voer voor psychologen wellicht) ooit geschreven heeft: Sterven is met de lichtsnelheid tegen een granieten muur opbotsen.
Zo, dat hebben wij ook weer gehad. Staks even gaan sleutelen met Robbie Vlasman aan deze website, die sinds bijna twee jaar mijn leven is gaan vergemakkelijken, en mij voortdurend inspireert; plus uiteraard zoveel méer banden.
Hoeveel hits, señor, volgens Google? Wil je niet opstaan, blijf je maar liggen, moet je maar weten wat er van komt. En ik heb weer genoeg gezegd; levende lijve-aangelegenheden houden mij bezig. Opnieuw tuinwaarts en wellicht Lambiek om 18uur: een festiviteit in de Kerkstraat 132.
Morgen naar Antwerpen (voor een bezoek aan Demian in de Wolstraat 2 en des avonds het Vlaamse Boekenbal in de marmeren zaal van de Zoo, en zondagmorgen om 10u30 een poëzievoordracht in Kasteel Walburg in Sint Niklaas. Alles D.V., uiteraard: ijs en weder dienende.
Prettige dag verder, Simon Vinkenoog.


Donderdag 20 april 2006

The Day of Worldly Challenge

Boven de 18 ! Voor Woelrat, Teigetje en Matroos Vos.
Uit Seksuele obsessies. Surrealistische séances 1928-1932, Uitgeverij IJzer, Utrecht, 1996, ISBN 90 74328 18 0.
Zevende sessie, 6 mei 1928.

"JEAN BALDENSPERGER: We gaan andere seksuele relaties dan die met vrouwen onder de loep nemen, in het bijzonder die met dieren.
ANDRÉ BRETON: We hebben de kwestie van bestialiteit heel kort in eerdere sessies bestudeerd. Alle aanwezigen hebben zich hier negatief over uitgesproken en te kennen gegeven dat zij nooit enige neiging in die richting gehad hadden, zodat er geen aanknopingspunt was om hierop door te gaan.
JEAN B: Ik vind daarentegen dat we dit nog verder moeten bespreken omdat daar de oorsprong ligt van mijn seksueel orgasme. Ik had een vrouwelijke ezel, die nog steeds leeft, waarmee ik gedurende een jaar een erg intieme relatie had.
JACQUES PRÉVERT: Hoe oud was ze?
JEAN B: Twee jaar.
JACQUES P: En jij?
JEAN B: Veertien.
ANDRÉ B: Zou u de relatie in kwestie zo precies mogelijk willen beschrijven?
JEAN B: Ik deed het door een hemd. Gewoonlijk spande ik haar in, leidde haar naar het woud. Dan ontdeed ik haar van een gedeelte van het tuig met een overduidelijk gevoel alsof ik iemand aan het uitkleden was, en gaf me over aan mijn kleine hartstochten. Daarna spande ik haar opnieuw in en ging huiswaarts.
JACQUES P: Wat was de houding van de ezel?
JEAN B: Dat was erg interessant. Eerst was ze steeds bereid, maar later stond ze het niet meer toe, behalve als ze heet was.
JEAN CAUPENNE: Welke positie nam je aan? Klom je op een steen?
JEAN B: Nee, omdat ze tamelijk klein was en ik tamelijk groot. Pas later ontdekte ik dat je jezelf kon aftrekken.
ANDRÉ B: Wat voor emotie voelde u na deze daad?
JEAN B: De eerste keren afschuw, gekoppeld aan angst dat ze thuis zouden ontdekken wat ik gedaan had.
ANDRÉ B: Waarom koos u voor dit dier in plaats van een ander?
JEAN B: Zij was degeen die ik het meest zag. Het gebeurde altijd op dinsdag en zaterdag voor mijn geschiedenislessen, omdat ik dan vrij was.
ANDRÉ B: Wat zou u er van vinden het weer te doen?
JEAN B: Het zou me niets meer doen. Maar het zou me niet tegenstaan.
PIERRE UNIK: Heeft u zich ooit aangetrokken gevoeld tot andere dieren?
JEAN B: Een geit. Maar dat kwam zeer zelden voor. Ik heb haar niet geneukt. Deze vorm van zoöfilie is tamelijk gewoon op het platteland."

BLURB UITGEVERIJ IJZER: "In januari 1928 lang voor de fameuze rapporten van Kinsey en Masters & Johnson begonnen de Parijse surrealisten in de vorm van 12 rondetafel-gesprekken aan hun opmerkelijke onderzoeken naar seksualiteit. De deelnemers aan deze hartstochtelijke en openhartige sessies bestonden uit de meest bekende surrealisten. Verder bestond het gezelschap uit een aantal mysterieuze gasten zoals de bordeelhoudster Madame Léna, een uit zijn ambt gestoten Jezuïet, Don Juan, een plattelandsjongen met voorliefde voor ezels en militante leden van de communmistische partij. Zonder scrupules werden tijdens deze sessies alle facetten van de seksualiteit belicht. Er zijn weinig mensen geweest die de begeerte zo oprecht en zo wanhopig hebben verwoord."

Genoeg voor vandaag, de tuin lokt - ik wil de lente met eigen ogen zien geschieden. Mijn eigen zoöfilie is beperkt gebleven tot het met twee vingers doen klaarkomen van een kater.
Ondertussen vraag ik mij af of het tijdschrift De Ezelgedachte (dat met de verschijning van het tweeëntwintigste nummer in februari 2006 zijn 10-jarig bestaan vierde, met een nummer over jeweetwelwie gaat verschijnen. Volg het op www.ezelgedachte.nl.
Bouwsteen van de dag wordt een uitspraak van Antoine de Saint-Exupérie:Etre homme, c'est sentir, en posant sa pierre, que l'on contribue à bâtir le monde.
Van harte gegroet, Simon Vinkenoog.


Foto: Cornelie Tollens, uit WEIRD NATURE


 

Woensdag 19 april 2006

The Day of Solid Control

"Economie als levensfilosofie is een dodelijke ziekte, omdat oneindige groei niet past in een eindige wereld. Dat economie niet de filosofie van het leven zou moeten zijn is door alle grote leraren aan de mensheid verteld; dat het dit niet kan zijn is vandaag de dag heel duidelijk. Als men de dodelijke ziekte meer gedetailleerd zou willen beschrijven, zou men kunnen zeggen dat het op een verslaving lijkt, zoals aan alcohol of drugs. Het doet er niet zo veel toe of deze verslaving verschijnt in een meer egoïstische of altruïstische vorm, of zij haar bevrediging alleen op een grove materialistische manier zoekt of ook op een artistieke, beschaafde of wetenschappelijk verfijnde manier. Vergif is vergif, zelfs als het in zilverpapier verpakt is...
Als de spirituele ontwikkeling, de ontwikkeling van de innerlijke mens, wordt verwaarloosd, dan past zelfzucht, net als kapitalisme, beter bij zijn gerichtheid dan een systeem van liefde voor de medemens."
Uit Ernst Friedrich Schumacher's ooit bestsellende boek Small is beautiful, waarvan de titel door het tijdschrift Theosofia van april 2006 abusievelijk is vertaald Klein is mooi; in werkelijkheid bij uitgeverij Ambo verschenen als Hou het klein. Naderhand publiceerde Ambo van deze Oostenrijks-Amerikaans econoom (1911-1977) met veertig jaar praktische en theoretische ervaring de boeken Gids voor de verdoolden en Hoe kleiner hoe beter.

Uiteraard kreeg Schumacher's pleidooi voor een intermediaire technologie weinig of geen gehoor binnen de aan groei verslaafde wereldeconomie, waar telkens nieuwe medespelers het hunne van onze 'welvaart' opeisen: ook bling-bling, energieverslindende apparaturen, automobielen, wasmachines, televisie en (gecensureerd!) internet. Denk ik aan China? Ja, en daaraan niet alleen. Maar ik zou het land wel eens met eigen ogen willen bekijken...
Ook hier is, als overal elders, de Dialoog weer de grote noodzaak, die ons allen met elkaar verbindt, zowel virtueel als actueel: hoor mij eens praten, betogen, preken, dichten, zuchten - en ik val en ik ruis en ik zing: het blijft een mooie kleine revolutie (liefst zonder bloedvergieten).

Douwe Douwes maakte in de Volkskrant van gisteren melding van de opvallende gast, die afgelopen week op uitnodiging van het departement van Economische Zaken naar Den Haag was gekomen, om een lezing te houden.
Richard Layard, een van de oprichters van de London School of Economics, lid van het Hogerhuis en een van Tony Blair's belangrijkste economische adviseurs, mocht de ambtenaren van Economische Zaken komen uitleggen waarom ze zich beter kunnen richten op het vergroten van het geluk.
"Dat is een dissonant geluid aan de Bezuidenhoutseweg, waar de groei van de Nederlandse economie de heilige graal is. Een doelstelling die wordt gepersonifieerd door minister Brinkhorst, met zijn 69 jaar de nestor van dit kabinet en nooit te beroerd om burgers aan te sporen langer en meer te werken. In een Kamerdebat liet Brinkhorst vorige week nog maar eens weten dat hij wat hem betreft tot 2030 beschikbaar is." (Dan is-ie pas 93 jaar!).
Layard, schrijver van het boek Waarom zijn we niet gelukkig? liet de ambtenaren weten: "De beste samenlevingen zijn die waar mensen het meest gelukkig zijn, niet waar de economische groei het hoogst is. Het beste beleid is dat het meeste geluk oplevert. Ondanks de enorm gestegen welvaart in de Eerste Wereld, zijn we in de afgelopen vijftig jaar niet gelukkiger geworden. En uit onderzoek blijkt dat mensen niet gelukkiger worden naarmate ze in de loop van hun leven rijker worden. Dat geldt ook internationaal. Binnen de eerste wereld zijn mensen in relatief rijke landen niet gelukkiger dan in de arme. De verschillen gelden binnen samenlevingen: de rijkere burgers binnen een land zijn gelukkiger dan de armere. Dat komt doordat je je rijkdom afmeet aan je buurman."
Het blind sturen op economische groei maakt de burgers van een land niet gelukkiger, is zijn stellige overtuiging. ''Dat heeft nogal wat consequenties voor het beleid. En nu hij toch bezig is, wil hij nog wel een heilig huisje omver trappen. De dreiging van de snelgroeiende economieën in Azië is volgens hem niet meer dan pure bangmakerij.''
"Economische groei komt vanzelf, dat is een logisch gevolg van de nieuwsgierigheid en inventiviteit van mensen. Daar hoef je als overheid niets aan te doen. Zo lang de loonkosten in lijn blijven met de productiviteit, hoef je niet bang te zijn voor de groei van China en India."
Werk, familie, en het gevoel bij een gemeenschap te horen zijn net zo belangrijk voor geluk als welvaart. "De kritiek is dat beleid geen gelukkige mensen maakt, maar daarop zeg ik dat beleid ook geen produktieve mensen maakt. Maar je kunt wel de omstandigheden scheppen waaronder mensen zo gelukkig mogelijk zijn."
Moet het ministerie van Economische Zaken dan beleid gaan ontwerpen gericht op het maximaliseren van geluk, in plaats van economische groei? vraagt Douwe Douwes zich namens ons af. Secretaris-generaal Jan Willem Oosterwijk, de hoogste ambtenaar op het departement, verklaart: "Wij zijn aan het nadenken over een advies voor een nieuw kabinet."
Hoewel Oosterwijk het niet hardop zegt, noteert Douwes, weet hij dat dat heel goed een regering kan zijn die de balans tussen welvaart, vrije tijd en familieleven anders legt dan Brinkhorst en Balkenende. "Wat wij hier op het ministerie hebben is niet de hoogste waarheid", zegt de secretaris-generaal: "We staan open voor andere geluiden. Het is ons werk om een palet van beleidsalternatieven voor een nieuw kabinet neer te leggen, maar de politiek moet de keuzes maken."

Weer terug bij AF, bij ons dus. Genoeg economieles voor vandaag.
Bij het thema van de dienstbaarheid en beschikbaarheid in Kersvers gisteren, trof ik alsnog een citaat aan, met als vermelding Het Spel van Krishna (herkomst dus onduidelijk, tekst zelf allerminst):
"Zo wendt en keert alles zich volgens goddelijke wetten van vrijheid en liefde rondom de Hoogste Godspersoon, die in wezen de dienaar is van ieders eindeloos geluk."

Dat is religie naar mijn hart! Uw beste stuurman aan wal, Simon Vinkenoog.


 

Dinsdag 18 april 2006

The Day of Vigorous Defense

Disponibilité - het paswoord, het parool, van André Gide, de Franse schrijver: dienstbaarheid. Ik heb dat altijd als uitgangspunt gezien, beschouwd en getracht daarnaar te leven. Als je zelf ervaart bij voortduring uit de hoorn des overvloeds te kunnen putten, is het een groot voorrecht daarvan gebruik te maken door dienstbaar te zijn.
Mastery in servitude spelde Meher Baba, de grote zwijger. En wie kwam achteraf naar voren in Hermann Hesse's Morgenlandfahrt ? Leo, de knecht - die in Das Glasperlenspiel terug te vinden is als abt.
Diensten bewijzen. De wijsheid van de armoede. Delen in kennis, die niet voor eigen doeleinden alleen aan te wenden is, maar om te verwerven, te verwerken en anderen te verstrekken. Communicatie, weetjewel? The Free flow of Information: ongehinderd, onbelemmerd, niet-gecensureerd - niet door anderen, niet door het eigen zelf.
Altijd het zelf te maken nieuwe begin, alsof werkelijk alles opnieuw gezegd en bezongen moet worden, tot feit gemaakt, niet in taalgroeven blijven hangen, in de abstracties, in de nietszeggendheid, of gevaarlijke ideologieën.
Het diepgaand besef, dat hoe beter het met JOU gaat, hoe beter met de wereld. Dat daaraan, jaar in jaar uit te werken is, verwerken, afleren, inhalen, achterlaten. Elke dag opnieuw te plukken, te beleven en te vervolledigen. Met de seizoenen, in een Werdegang.
Niet treuren, niet zeuren - het klagen niet van de lucht; de redenen uiteraard evenmin. Steeds meer staat je de leugen tegen die regeert, de slechte gewoontes die mensen niet kunnen overwinnen, de ingewortelde paradigma's, de conditioneringen, de hang naar bezit - terwijl iedereen weet: you can't take it with you.
Achterlaten; zo nu en dan de rust om dat in je op te nemen; hoe kun je volledig leven als je de dood buitensluit, als je je niet bewust bent van het definitieve afscheid, het laatste woord dat je ooit zult zeggen (of niet, als je buiten bewustzijn raakt door palliatieve sedatie, mij (nog) niet gezien...
Ondertussen is even duidelijk, dat de crisis waarin de wereld is geraakt (het militair-industrieël-politiek complex, dat de dood krankzinnig heeft gemaakt), of het nu is door milieu-omstandigheden, uitstervende flora en fauna, overbevolking, erosie, verdwijnende regenwouden, territoriale aanspraken, nationalistisch-religieuze beroeringen of de steeds matelozer wordende uitputting van natuurlijke grondstoffen, mensen overal ter wereld niet onberoerd heeft gelaten: het is alsof er op een collectieve zelfmoord wordt aangestuurd, een lemmingendrang die niet meer tegen te houden is...
Fanatici, zinloos geweld, activisme, cynisme, onverschilligheid, apathie, consumentisme, protestbewegingen - in een krankzinnige wereld wordt op allerlei manieren krankzinnig gereageerd.
Je hoofd koel houden, en je hart warm, je niet door hypes laten meeslepen, je niet laten afleiden, is een levensopgave van jewelste geworden, als je je niet wilt laten leven, maar zelf leven.Blijf bij de les in tweeduizendzes!
In these ugly times the only true protest is beauty. De uitspraak stond in een songbook uit de jaren zestig van Phil Ochs. Hij was eens bij mij op bezoek, met drie of vier andere Amerikanen; net uit het vliegtuig gestapt, wie had ze binnengebracht, Steef Davidson?
Ik woonde op de Koninginneweg (155a), bij de koffie in de keuken raakten ze in een hevige discussie over Amerikaanse toestanden verzeild; opeens stond Phil Ochs op, en zei: "Ik ga even kijken wat Rembrandt mij te zeggen heeft."
Ik wees hem de weg, drie tramhaltes verder. Go for happiness; ik hoorde het de Soft Machine weer spelen en zingen op Robert's verjaardag; weer tintelt en zindert het in me, welt het weer op.
Van één ding ben ik zeker: Edith en ik hebben heel wat mensen gelukkig gemaakt met Pasen. De serre in Edith's ouderlijk huis is door haar (ik verleende hand- en spandiensten) totaal binnenstebuitengekeerd en schoongemaakt, oude planten mochten het veld ruimen en plaats maken voor nieuwe; de goudvis kwam terug in de anders geplaatste vijver, het stenen boeddhabeeld een stapje hoger, pico bello! Een verrassing voor de gehele familie! Twee dagen af en aan met potgrond, planten en tuinaarde, stenen, schelpen, zeepsop, spinnewebben, - verrassend nieuw. Na gedane arbeid was het goed fotograferen. (Helaas alleen erná; aan ervoor niet gedacht).



Verrassend en verblijdend ook het uur gistermiddag met Bo's Art Trio, aangevuld met de bassist Arjen Gorter en mijzelf, als onderdeel van de jaarlijkse East of Eastern-jazztafette, die plaatsvond in tien Nijmeegse cafés, twee kerken en het Canisius College: wij hebben aldaar zo'n tweehonderd mensen gelukkig gemaakt.
Het unieke, zowel ijle als overdonderdende pianospel van Michiel Braam, de shaman's drum van slagwerker Fred van Duijnhoven, de klankwerelden die Bo van de Graaf uit zijn saxen weet te toveren, de drive van bassist Arjen Gorter - nieuwe muzikale gebieden vielen open, en ik hoop dat zulks ook geschiedde met de gedichten die ik begeleid voorlas.
Jazz is free and so are we! Een voorrecht met zulke bevlogen mensen het podium te delen. Om u te dienen! Simon Vinkenoog.


Vrijdag 14 april 2006

The Day of Tradition

Goede Vrijdag: wij brengen de Paasdagen in 's-Gravenhage door; Edith heeft de taak op zich genomen de serre van haar ouderlijk huis opnieuw te beplanten - bij de Plantenhal in de Albert Cuypstraat koopt zij nu de kamerplanten in, die straks achterin kilometervretertje Volvo 440 met ons mee naar de hofstad rijden.
Wij troffen vorige week - de middag voor het Haganum-optreden - Ma Else uiteraard in de voortuin aan, zeer bezig: het voorjaar is inmiddels inderdaad uitgebroken. De tuin aan de Hogeweg, met uitzicht op de Waterpartij, is ongetwijfeld de volste en best onderhouden tuin onder de tuinen in deze Van Stolkparkbuurt, met diverse consulaten, op de grens van Scheveningen en Den Haag.
Rondom, langs de oprijlaan naar het Koetshuis en in de achtertuin op duingrond met bamboebosjes, rhododendrons, honderden diverse plantjes en stekjes in diverse vormen van groei, sinds 1975 hier ondergebracht en geplant.
Verschillende bloeiertjes, klein nog, grasjes, struiken, heesters - twee pas gesnoeide araucaria's in de voortuin. Ochtendterras. Middagterras. Bonzai van Ori; twee blaffende Jack Daniel-terriers. Genoeg te doen.
Even afstand van mijn dagelijkse missives. Drie dagen geen tekstleveranties aan huis van deze wereldwijdewebber, voor wie kunst en leven, ademhalen en bewegen één en dezelfde zijn: "Kunst is liefde in elke daad." (Paul van Ostaijen).

Maandag 17 april (tweede paasdag) staat een optreden met Bo's Art Trio gepland in het kader van een Jazztafette in Nijmegen-Oost: East of Eastern, zie www.eastofeastern.nl. Het programma (12 blz.kleurendruk) vermeldt onder meer een gospeldienst, een kinderprogramma, concerten van 14 u tot 21 u, masterclasses en een minifilmfestival, Legends of Jazz. Het optreden van het (uitgebreide!) Bo's Art Trio is om 16.00 uur in het Canisius College aan de Berg en Dalseweg 207. Het zal mij weer een oprecht plezier zijn samen te spelen met Bo van de Graaf (saxofoons), Michiel Braam (piano), Arjen Gorter (bas) en Fred van Duynhoven (slagwerk). De cd COBRA, eerder uitgebracht, kreeg lovende kritieken in vakkringen, zeg ik er maar even bij.
Dinsdag staat dus, ijs en weder dienende, weer een Kersvers op dit scherm - in de tussentijd kan iedereen even rondkijken naar de vele personen en gebeurtenissen, die hier gespot en gelinkt (niet verlinkt!) worden. Klink links klink rechts, overal links gelegd. Een vriendenkring voor het leven. Levend bij de gratie van het mee-bewegen. Nu & hier is de eeuwigheid, voor het overige: Alle Tijd!
Ik wil mijn bezoekers de volgende dagen niet onthouden, zoals die zijn gemunt door Gary Goldschneider voor zijn boek The Secret Language of Birthdays, Personality Profiles for each Day of the Year, Viking Studio Books, ISBN 0-670-85857-9.

Zaterdag 15 april 2006: The Day of Human Definition.

Zondag 16 april 2006: The Day of Cosmic Comedy.

Maandag 17 april 2006: The Day of Serious Purpose.

En dat, lieve vrienden en vriendinnen, lijkt mij weer genoeg Food For Thought voor de Paasdagen. Kom van dat kruis af, Jezus Christus! Werk aan de winkel!
Simon Vinkenoog.


Donderdag 13 april 2006

The Day of the Iconoclast

De vraag 'Wat wil je worden?' zal ongetwijfeld een rol hebben gespeeld in mijn jonge jaren - maar een echt prangende issue is het nooit geweest.
Wel had ik enkele seizoenen een redenering aan boord, dat ik - MULO-scholier - nooit architect zou kunnen worden (enig mogelijke keuze, naast het schrijven, waarvan ik niet wist dat het een kostwinning zou kunnen zijn), maar dat ik het tot bouwkundig tekenaar zou kunnen brengen als ik een MTS-opleiding zou gaan volgen, HTS was dan weer te hoog gegrepen.
De oorlogsjaren verijdelden elk plan, maakten een einde aan elke droom: het enige dat nog telde was de onmiddellijke behoeften-voorziening en -bevrediging, hetgeen onder meer inhield het op tijd uitknippen van bonnetjes op de rantsoenkaarten, het veelvuldig in de rij (en de kou en de regen) staan, voor dag en dauw op, graaien en snaaien, sneuvelhout uit onbewoonbaar verklaarde en gemaakte huizen, en uiteindelijk in de Hongerwinter 1944-'45 het een keer per dag met pannetje naar de Gaarkeuken (Govert Flinckstraat hoek Tweede Van der Helststraat) tijgen om daar een kwak 'eten 'te verkrijgen. Hupsakee, zo is 't genoeg.
Om het verhaal van de beroepskeuzekwestie of de loopbaantraining te vervolgen: in 1944 had ik het 4-jarige MULO-einddiploma gehaald (t.z.t. in de bio); het Meer Uitgebreide Lagere Onderwijs voltrok zich notabene aan de toenmalige Amstelschool in de Stadstimmertuinen, waarop ik sinds 1987 vanuit ons slaapkamer- en keukenraam kijk. Een blok daarachter het dak van Carré, de naam bij avond in rood neonlicht.
In de periode na de invasie van de geallieerde troepen in Normandië, 6 juni 1944 - eindelijk een Westelijk Front in WW 2, die al sinds 1939 woedde, Dolle Dinsdag in september '44, door de hongerwinter heen, een heel barre tijd waarin het vuil niet meer werd opgehaald en zich op trottoirs opstapelde, tot en met de "Bevrijding" op 5 mei 1945 kwam het grootste deel van de Amsterdamse bevolking in steeds penibeler omstandigheden te verkeren: koude, honger en isolement. Spertijd, jongens en mannen maakten zich onzichtbaar - elk ogenblik razzia's. Nogmaals; auf nie mehr Wiedersehen!
Zweeds Witbrood. Bevrijding. Feest gevierd. Aan het werk! Geld verdienen, net als je moeder die uit werken ging. Zij was werkster van beroep. Wat een mooi uitgestorven woord, overdacht hij/bedacht ik, ''werk", zodat men in elk geval begrip heeft voor mijn juichende instemming met D.H. Lawrence's uitroep in het gedicht A Sane Revolution:

"Let's abolish labour, let's have done with labouring!
Work can be fun, and men can enjoy it: then it's not labour.
Let's have it so! Let's make a revolution for fun!"

Zover was het nog bij lange na niet; mijn moeder had een advertentie gelezen voor een jongste bediende; zij vergezelde mij naar de Weteringschans, het kantoor van een liftenfabriek, ik zou alleen maar de telefoon hoeven op te nemen, en zo voort, en de maandag erop kon ik meteen aan de slag.
Daar had ik absoluut geen zin in; ik verscheen die maandag niet, maar had ondertussen wel gesolliciteerd naar dezelfde functie bij uitgeverij-reclamebureau MENTOR, gevestigd in het Elsevierpand aan de Spuistraat. Daar kwam ik inderdaad terecht, als jongste bediende-loopjongen-fietser (naar het nabijgelegen Hoofdpostkantoor, de kranten, weekbladen en daaraan gerelateerde bedrijven op en rondom de Nieuwe Zijds Voorburgwal, destijds de Fleetstreet van Amsterdam, en café Scheltema als ankerplek.
Ik ging er begin 1946 met onenigheid weg, omdat eigenaar-directeur Dijkstra (over wie ik zo m'n bedenkingen had) mij niet toestond tijdens kantoortijd deel te nemen aan de herdenking van de Februaristaking 1942, destijds nog zeer na in de herinnering.
Kort daarna, o wonder boven wonder, welke schikgodin heeft hierin de hand gehad, kwam ik - nog steeds als junior clerk - bij de gerespecteerde Em.Querido's Uitgevers-maatschappij terecht.

Ondertussen was ik mij ervan bewust dicht bij het vuur van papier, druk, boek te willen zitten, ik ging de cursus volgen van de Vereniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels, de oorsprong van de latere Frederik Muller-Academie, ik kwam elke dag een uur te vroeg op mijn werk om van de schrijfmachine gebruik te maken, die ik niet had, om gedichten uit te tikken en brieven te schrijven, heftige correspondenties met vergeten personen, om in de boekenkasten met vooroorlogse uitgaven te snuffelen, op de zolder oude clichés zoeken, en in de kelder, achter het magazijn oude jaargangen van Columbus, een kort na de oorlog uitgegeven blad, een van de vele, die fuseerden en samen- of uiteengingen en verdwenen.
Zo kwam in 1950 een bijdrage van mij, aan Ad Interim gestuurd, in De Gids terecht: een bespreking van Jean Genêt's Journal du Voleur) - eind 1948 kwam ik in Parijs te wonen, en da's weer een heel ander verhaal, ook over de Querido-jaren raak ik niet uitverteld, een andere keer, O wat was (en ben) ik, een eager beaver, nieuws- en leer-gierig, ik was dan ook in de leer als schrijver, ik ontwikkelde mijn métier, mijn stiel, in de praktijk zelf. Aum Aprendo: ik leer nog steeds!

(Het onzichtbaar avontuur: het kent geen tijd het kent geen duur geen trend of mode geen leergang cursus of diploma geen eerbetoon of geheime leer)

Verraste hij ons twee jaar geleden met het onthutsende en meeslepende boek De favoriet, gisteren werd zijn debuut als dichter gevierd met de doop van de dichtbundel Focus, Nieuw Amsterdam Uitgevers, ISBN 90 468 0046 6, www.nieuwamsterdam.nl.
Het feest, want dat was het, vond plaats in Festina Lente (www.cafefestinalente.nl), van welker dichtersavonden Bernard Wesseling (27.12.1978) al sinds jaar en dag trouw bezoeker is; in 2004 won hij de VU poëzieprijs, en woont en werkt als podiumdichter in Amsterdam.

"Vanuit het perspectief van een wollige hommel breng ik :
lente/voorjaar"

Uit het gedicht: Een waardige incarnatie, FOCUS, pagina 12


Meer dan citerenswaardig; ik wil hier slechts en met graagte beklemtonen dat acht dichters de viering luister bijzetten door van hun vriendschap en genegenheid te kunnen blijkgeven, door een verhaal, gedicht, praatje, liedje of rap. Aukelien Weverling, EUS, Erik Jan Harmens, Sander Meij, Robin Block, Moos Volke, Sven Ariaans en mijzelve, die om zich heen keek en iedereen tot Lieverdje uitriep.
Laat hem maar schuiven: Bernard! Op je gezondheid, je geluk en je geestkracht! Wie schrijft, die blijft. Wie zingt, die wint. Simon Vinkenoog.


Woensdag 12 april 2006

The Day of Societal Awareness

Een hele lieve man, Herman Finkers - ik luister naar de herhaling van een televisie-gesprek; zijn Godsidee is niet het mijne, hij laat Reve aan het woord over de eenzame en lijdende god, in wiens lijden en eenzaamheid wij delen.
Zoals alle newborn Rooms-Katholieken geeft hij zijn eigen- inderdaad - aardige draai aan dogma's: als God, vóor wie immers niets was, als moeder Maria heeft, en zij is tevens de moeder van zijn enig geboren zoon Jezus, dan heeft zij haar eigen kleinzoon gebaard.
Mooi is het ook alles tot muziek en poëzie te herleiden, en ik ben het met hem eens dat kunst en religie dezelfde bestaansgronden hebben, oplossingen te bieden voor de tegenstrijdigheden in het leven, maar waarom zouden wij schuldig zijn? (Omdat wij hier zitten te praten, terwijl ergens anders wordt honger geleden?)
Om deze schuld in te lossen, ziet Herman Finkers het nodig zijn bestaansrecht te bewijzen: hij doet dat door mensen aan het lachen te maken. En hij is, terecht, tegen het of/of-denken, dat hij protestants noemt.
Dat was zojuist een heel serieus gesprek, dat de IKON herhaalde in de t.v.serie op Nederland 1: Het vermoeden. Gasten over hun persoonlijke heilige tekst.

Zelf ben ik dezer dagen met religie bezig, doordat mij een aantal mappen met papieren uit de jaren 1965-1967 werden teruggebracht, die ik met enige terughoudende graagte weer doorkijk. En inderdaad, wat sloeg ik in die tijd een prekerige toon aan!
De goede Louis Lehmann haalde flink uit naar mijn boek Liefde , in Vrij Nederland van 7 augustus 1965.
"Het spijt mij een lelijk woord te gebruiken, maar Vinkenoog preekt vaak. Hij preekt de liefde, die voor mensen op alle manieren en die voor god (en vice versa). De prediker is ook een leider van mensen, niet altijd om de beste reden. De prediker van b.v. liefde krijgt de 'gemeente' op zijn hand, omdat die ervan overtuigd is dat men de liefde in theorie moet verdedigen. Maar in praktijk brengen is naar hun overtuiging onmogelijk, ze vinden zich al bijzonder verdienstelijk dat ze naar de preek luisteren. Bekeringen zijn niet het werk van predikers te goeder trouw, maar van handige organisaties en pressuregroepen (b.v.priesterhiërarchieën), en vinden pas plaats als het gepredikte teruggebracht is tot niets verplichtend ritueel. En ritueel is taal."
En, zo'n twintig regels verder, over het gebruik van bewustzijnsverruimende middelen: "Het verband van deze middelen met religieus besef is niet zo vreemd als het sommigen toeschijnt; als iemand terecht of ten onrechte, meent zeer veel inzicht in zijn eigen geest gekregen te hebben, en in de werking van die geest de invloed van god te zien, is dat een valider bekering dan ja zeggen tegen Billy Graham, b.v.
Persoonlijk had ik graag gezien, dat Vinkenoog en andere goede individuen (b.v. Van het Reve) de essentie van hun geest geen god genoemd hadden. Ze lijken er zo medeplichtig door aan ketterjachten, rituele moorden, heilige oorlogen, dwang tot hypocrisie en andere misdaden die tot nu toe op aarde de enige praktische gevolgen zijn gewest van de godsdienst. Maar ze hebben het nu eenmaal gedaan en Vinkenoog pleit op pag. 126 voor aanbidding zonder kerk. Overigens hebben de middelen in de loop der tijden ook al ritueel 'pressure-groups' gehad."
Tenslotte: "Na al deze voorbehouden moet een eventuele lezer mij toch geloven als ik zeg dat ik 'Liefde' verreweg het interessantste boek vind van de vele die net voor de recentste boekenweek werden uitgebracht. Waarom? Om Vinkenoogs m.i. grootste talent: het laten optreden van andere mensen. Hoe hij ze ook vaak tendentieus bekijkt of in misleidende bijzonderheden of geruchten 'trapt', zijn oog voor individuen is goed. Zo is 'Liefde' een soort panorama vol mensen geworden, mensen die nergens tot groepen verenigd worden of onderverdeeld in types, mensen die opmerkelijke ideëen hebben en opmerkelijke dingen doen hoe belangrijk of onbelangrijk men die ook mag vinden."

Mijn oudste zoon, Rob (1947) vierde gisteren zijn verjaardag, klein gezelschap, grote gesprekken. Mijn muziekkennis werd enigszins verruimd; ik luisterde naar The Soft Machine, lang niet gehoord, Spirit (Twelve dances of the Sardonics) , Zydeco-muziek uit Louisiana (accordeons, cajun), en Ambient Native American Music: met The Sacred ones, en Sacred Chants and dances.
De ongehuwde Einzelgãnger, die ik pas als jongvolwassene leerde kennen (hij groeide met zijn moeder en haar tweede man op), was ooit voorzitter van de AMS, de(Motor Sportclub Amsterdam, deed mee aan races, is verwoed verzamelaar, en vierde vorig jaar zijn 40-jarige ambtenaarsloopbaan bij de gemeente Amsterdam. Mijn vader was van juni 1916 tot juli 1967 in dienst bij de PTT - zelf was ik acht jaar 'internationaal ambtenaar' bij de Unesco. In de Nieuwmarktbuurt is hij eigenaar van een pandje van twee verdiepingen, volgestouwd! Goede looptraining, twee haltes metro, vandaag de deur niet uitgeweest.
Edith zojuist terug van kinderverjaarspartijtje in Alkmaar, verkleed als indiaanse. Wow! Weer feest... Simon Vinkenoog.


 

Dinsdag 11 april 2006

The Day of the Policy Makers

Mij trof de aankondiging van Allan Kaprow's overlijden, een kolommetje op pagina 11 van NRC Handelsblad en vanochtend in de Volkskrant een 4-koloms artikeltje van Paul Depondt, met als titel: 'Kunst zonder poespas of pretenties. Postuum. Alan Kaprow (1927-2006) was oppermeester van de 'happening'.
Met de 'happening' als zodanig, en aldus genoemd, maakte ik in de voorzomer van 1962 op het eiland Ibiza kennis - ik bracht er een to say the least interessant seizoen door, van mei tot augustus - en zonder verder andere namen te noemen, het waren de Franse culturele activist Jean-Jacques Lebel, die zich al eerder met happenings en anti-procès (in Parijs en Milaan) had bezig gehouden, de acteur van het Living Theater Melvin Clay en de nederlandse pianist Piet Kuiters, die er de aanzet toe gaven.
En aldus geschiedde; een heuse, per flyer aangekondigde happening op de kade van Ibiza-stad en verder de oude stad in. Taylor Mead, anderen, en ik deden mee, aan wat?
Feit is dat Jean-Jacques de plaatselijke brandweer zo ver, of zo gek had gekregen om hem een brandweerwagen uit te lenen, met een lange opgerolde brandslang achterop.
Een vertrekpunt, en ergens heen - de slang ontrolde zich in de armen en op de schouders, of boven de hoofden van het publiek, terwijl de wagen zich langzaam een weg door de verzamelde mensenmenigte baande. Voor mijn gevoel honderden meters ver, en rondom, en heen en weer, een cirkel? een lemniscaat? een aantal keren wentelde die slang zich op en neer. Stond ik op die brandweerwagen, hielp ik die slang zich te ontwikkelen? Herinnering, geheugen, schiet (nu) te kort: slechts dit geschetste beeld. Help! Ooggetuigen gezocht. Opsporing verzocht. Wie was/waren erbij?
Ja, dat was de eerste, en niet de laatste Happening waaraan ik deelnam. En het is, lieve mensen, waarlijk niet zo, dat je een happening alleen maar aan het toeval kunt overlaten, als je gaat voor een ' dérèglement raisonné de tous les sens.'. Wolf Vostell, lid van Fluxus, events & performances opperde, dat je het publiek moest zien als meubels die je al naar behoeven kunt verschuiven of verzetten, terwijl anderen de voorkeur geven aan een wat actievere audience participation, willen meemaken, zoals hierboven geschetst in Ibiza 1962..

Allan Kaprow, Household, Happening, 1964

Bij de beschrijving van een door Allan Kaprow georganiseerde happening, Household, 'commissioned by Cornell University, performed May 1964, staat geschreven:
"There were no spectators at this event. Those taking part in it attended a preliminary meeting where the Happening was discussed and parts distributed."( Uit het album Ubi Fluxus ibi motus 1990-1962, Venetië, waarin Kaprow als Pre-Fluxus, 1958-1962, staat vermeld en vier pagina's krijgt.)

Onweerlegbaar is het feit, dat zondag 9 december 1962 de happening Open het graf aan de Prinsengracht 146 in Amsterdam plaats vond, organized by Melvin Clay, Frank Stern & Simon Vinkenoog.


Op de pagina's 53 t/m 59 van de onvolprezen catalogus Actie, werkelijkheid en fictie in de kunst van de jaren '60 in Nederland, bij een tentoonsteling georganiseerd door Wim Beeren in Museum Boymans-van Beuningen in Rotterdam (nov 1979-jan 1980) wordt, verlicht met foto's van Ed van der Elsken en filmstills van Jan Vrijman een feitelijk verslag van de avond gegeven - hilarische lectuur; ik beperk me tot een fragment:
"Vervolgens stormt Gerrit Lakmaaker onder invloed van ether het podium op, en gooit de rekwisieten van zijn spel 'Ode(ur) aan Ether' door de ruiten. In de ruimte hangt ether- en wierooklucht. Hij probeert de kleding van het publiek in brand te steken. Stoelen en tafels worden in elkaar geslagen en daarvan wordt onmiddellijk door de 'mobiele kunstgroep' een constructie gebouwd, die rood wordt geverfd. Hierna volgt een optreden van Johnny van Doorn als Johnny de Selfkicker. Hij wordt vastgesnoerd op een oude keukenstoel en wordt zo op het podium gesmeten. Met een hoop getier, gekrijs en gegil maakt hij zich daaruit los. Met Gerrit Lakmaaker die hem te hulp schiet, valt hij bijna door het raam. Hij voert een Electric Act uit, met een redevoering van Goebbels, en draagt een reeks eigen gedichten voor. Met Vinkenoog voert hij een 'schaduwgevecht op leven en dood.'
Jaja, dat waren nog eens tijden!
De beginjaren van Magisch Centrum Amsterdam, in the sixties...Mad master..
Jan Blokker schreef in het Algemeen Handelsblad van de volgende dag over "De eerste happening in Nederland."
Allan Kaprow, die dit allemaal te voorschijn haalde, kreeg ruimschoots aandacht in het door mij samengestelde dubbelnummer - 358 blz - van Randstad 11/12, dat de titel Manifesten en Manifestaties 1916-1966 (van dada tot provo) meekreeg, een uiteraard reeds lange tijd uitverkochte uitgave. Happenings in New York - zo 'n twintig pagina's met acht foto's.
En hoe actueel het allemaal nog is! Kunst en leven zijn één, de meest grandioze happening denkbaar.'Life is a Carnival '. Make it New! Simon Vinkenoog.


Maandag 10 april 2006

The Day of Daring

Welkom vijftiende week, honderdste dag.
De verschijning van Zilverwerk, de bloemlezing van dichters die lid zijn van de 25-jarig bestaande Dichterskring Waterland, of die dat ooit waren, gisterenmiddag in De Bonte Koe (historisch café uit 1844, met zeer gemoedelijke sfeer, eigen biergilde 'De dubbele Arend', meer dan 55 soorten whisky, maar ook een goede bak koffie met eigen gebakken appeltaart' aan de Koemarkt (helaas sinds MKZ opgeheven) in Purmerend, was mede door de aanstekelijke muziek van het zigeunerjazzkwartet (Django Reinhard!) Peu de Feu een prettige en onderhoudende aangelegenheid.
Wethouder Engels beloofde de aanwezigen (een volle bak; muisstil als het moest) dat een stad als Purmerend met 80.000 zielen inderdaad behoefte had aan een Stadsdichter, zodat B & W zich daarover binnenkort zouden buigen en de viering van de 600 jaar Stadsrechten in 2010 met luister kan plaatsvinden.
Een der Open Dichters wees er aan de hand van een krantenbericht op, dat het gemeentebestuur zelf al voortvarend te werk was gegaan in deze: "Stadhuis dicht op vrijdagmiddag."
'Bent u een pauzenummer?' vroeg een der aanwezigen mij voor aanvang. Ik antwoordde naar waarheid: dat ik van voor en na de pauze was, voor de opening en de sluiting - en adus geschiedde. In totaal beklommen - in blokjes van vier, afgewisseld met SWING - 22 dichters het podium ( zestien hunner in Zilverwerk) om twee of drie gedichten voor te lezen. Ik noteerde light verse, zelfspot, de rolstoeldichteres die meldde zich slechts bij het uurtje zwemmen per week vrij te voelen, het zeer droevige gezongen Alles is gweldig. Ik heb het prima naar mijn zin (Randell, zelf-reflecterend kunstenaar, te bereiken op www.randell.nl), een gedicht dat eindigde met www.lozekreten.nl, natuurlyriek (de wijde open blik van Waterland, Laag Tibet), Fries en Westfries, het akkertje/afzakkertje, het gereutel/gesleutel, de instantpoëzie waarin vooral Gerard Beentjes uitblonk (ter plekke geschreven, betrekking hebbende op set & setting, en daarna voorgedragen). Kortom, ik wist mij te laven aan het zondagse gemak en plezier waarmee zo veel mensen zich in de taal van de poëzie weten binnenstebuiten te keren, of andere woord-alchemie bedrijven.
Geïnteresseerden in de maandelijkse bijeenkomsten en de publicaties van de Dichterskring Waterland kunnen inlichtingen inwinnen bij de voorzitter, Gerda Hooijberg, 0299-422773, e-mail siem.gerda@planet.nl.
"U vraagt, wij schrijven. Dichterskring Waterland kan op verzoek voor overheden, instellingen, organisaties en particulieren thematische gedichten schrijven. Uitgebracht in een fraai verzorgde bundel vormen ze een herinnering aan bijvoorbeeld een manifestatie, een herdenking of een feestelijke gebeurtenis."

And it don't mean a thing, if it ain't got that swing!' En dat deed - en doet het.
Elf artikelen over de overleden schrijver Gerard (Kornelis van het) Reve in de Volkskrant. Dochter Anna - terug van Shri Lanka, mooie cd-rom met foto's) moest ons wijzen op een overlijdensadvertenie in Het Parool van Jean-Paul Vroom, met wie ik eens het boekje How to enjoy reality samenstelde. Onze gevoelens gaan uit naar zijn lieve vrouw en beste vrienden. Om Mani Padme Hum. Simon Vinkenoog.


 

Zondag 9 april 2006

The Day of Excess

31 maart, nog geen twee weken geleden schreef ik hier over hem, naar aanleiding van het voyeursbezoek dat Ad Fransen in HP De Tijd aflegde aan Gerard Reve in België; het was al een afscheid - nu is het definitief: de 82-jarige schrijver bevindt zich niet meer onder de levenden - voor zijn trouwe vriend Joop Schafthuizen waren het de moeilijkste jaren: je partner voeden als een kind, geen gesprek meer kunnen voeren: voorwaar, dan is er geen naderder tot u dan de dood. God hebbe zijn ziel. En Joop, ik hoop dat je weer van het leven kunt genieten: je bent er voor in de wieg gelegd!

Het Haganum festival 2006 bruiste gisterenavond. In de gangen, de trappenhuizen en de 29 lokaties - kelder, tuin, hal, gymzaal, en lokalen een aula en overloop op de eerste en tweede verdieping - van het imposante gebouw met torentje (voor de slinger van Foucault!)
aan de Laan van Meerdervoort krioelde het van de mensen, jong, jonger en ouder, die waren gekomen om te kijken en luisteren naar de bekende schrijversnamen die de affiches sierden.
Maar, liet het programma weten: "Het zijn niet alleen professionele woordkunstenaars die je in het oude gymnasium ontmoet. Ook leerlingen, die in de maanden voor het festival spelenderwijs hebben geleerd het woord als positief wapen in te zetten, spelen een hoofdrol over de kracht van het woord. Je komt ze overal tegen. Rappend, zingend, debatterend, voordragend of zonder schroom naast de professionals op de podia."
Twintig deelnemende middelbare scholen, colleges en gymnasia uit Den Haag, Voorburg, Wassenaar, Rijswijk en Zoetermeer hadden in hun klassen een speurtocht gedaan naar jong talent, met als resultaat een scholierendebat, een poetry slam, een masterclass en Pennen voor Recht en Vrede in Den Haag.
De drie rondes van het Pop vs. Poetry, in een boksring, met een rondemiss en verzorgers, speelden zich voor een ruim gevulde gymnastiekzaal af; ik stond drie keer tegenover Hans Vandenburg (van Gruppo Sportivo), en ook Jules Deelder, Diana Ozon, Tjitse Hofman, Sieger M. Geertsma hadden hun tegenstanders uit de popwereld: Bazz (van Katoenb), André Manuel (Krang), en Thé Lau. Jules las voor uit zijn zojuist verschenen boek Swingkoning, Diana uit haar bundel Bronwater, en ik greep terug naar enkele gedichten die ook op de cd met Spinvis zijn opgenomen. Dit soort ontmoetingen zijn altijd inspirerend; het verkleedlokaal dat als kleedkamer diende, en het binnentuintje waar van alles gerookt mocht worden, waren ruim voorzien van natjes en droogjes: een prettige avond, neem ik aan, voor iedereen.

Over een uurtje of zo op weg naar Purmerend, waar de Dichterskring Waterland haar 25-jarig bestaan viert. Vroeger dan gedacht; uitgerukt! Prettig weekend verder, Simon Vinkenoog.


Zaterdag 8 april 2006

The Day of Conscience

De Beat Boekenkast werd gisterenavond opengegooid voor een aandachtig publiek in de Haarlemse Toneelschuur. De voorstelling van Beats! is een eigenzinnige productie van het Antwerpse Toneelhuis, op toernee door Nederland en Vlaanderen; zie Kersvers van gisteren. Drie acteurs Abke Haring, Titus Muizelaar en Stefan Perceval werden gepast ondersteund door de swingende muziek van blues-zanger en gitarist Roland van Campenhout - elkaar in decennia niet gezien, of gehoord! - met Percy Jones op drums en Thomas De Prins, met een Hammond-orgel.
Met hen mee reist een innovatief decor, waarbinnen in amfitheatervorm 120 bevoorrechten van het spektakel kunnen genieten: een magistrale setting met live-video op de wanden geprojecteerd, of de hotchpotch-tekst van de film Pull my Daisy, de klassieker van Robert Frank.
Teksten van Jack Kerouac, Allen Ginsberg, Gregory Corso, William Burroughs, Gary Snyder, Charles Bukowski, Lawrence Ferlinghetti en de Nederlanders Johnny van Doorn, Wim T. Schippers, Jules Deelder en ondergetekende werden als collages gebracht, afgewisseld met of doorschoten van de eigentijdse muziek, die nieuwe verbanden legt tussen vele soorten ritmes en mogelijkheden. Onder de indruk en vereerd; ik mocht als finale het jajaja-gedicht voorlezen, meeluisteren. Ja.
Edith heeft vanochtend vanaf 9 uur en soms in de regen met een enthousaist groepje mensen op ons tuinpark Algemeen Werk verricht; ze komt moe en voldaan naar huis; vanmiddag - eerst verwacht ik nog bezoek van Coen de Jonge, over de samenstelling van mijn komende dichtbundel Zonneklaar - rijdt zij ons naar Den Haag waar wij eerst haar lieve Ma gaan begroeten, en ik vanavond deelneem aan het Pop vs.Poetry-circus, een onderdeel van weer zo'n multi-voice-sound-evenement in Gymnasium Haganum.
En weer naar deze hoofd&hartstad terug om morgenmiddag het 25-jarig bestaan van de dichterskring Waterland in Purmerend mee te vieren.
Party Time: Enjoy! Simon Vinkenoog.


Vrijdag 7 april 2006

The Day of Enthusiastic Belief

Wat ben ik toch bevoorrecht in mijn vriendschappen!
Daar stapt Arie Taal binnen, na een telefoontje, om mij een exemplaar te overhandigen van de vertaling van Stanislaw Lem's boek Het Futurologisch congres (in de jaren '70 verschenen bij uitg. Luitingh met als titel Waanzinnige wereld, in 1982 bij uitg. L.J.Veen als Het kongres). Arie Taal kondigt ook aan een Futurologisch Congres in Ruigoord te organiseren, van 21 tot 23 september aanstaande. Hij somt op wie hij voor zijn plan enthousiast heeft gemaakt; ik wijs hem op Fons Elders en Gary Goldschneider, die ongetwijfeld interessante bijdragen zouden kunnen leveren.
Wij vragen ons beiden af waar de futurologen zijn gebleven; ik denk aan de Werkgroep 2000, die in de jaren '60 van de vorige eeuw met boeken kwam over de toekomstige vrijetijdsbesteding ("als de machines al het zware werk zouden doen") - ik herinner me de naam Fourastié als auteur, maar titels zijn me ontschoten.
En waar is Small is beautiful van E.F. Schumacher gebleven? Een citaat uit Klein is mooi in Theosofia 107/2, april 2006 heb ik voor Kersverslezers klaar liggen; een andere keer. Bij het herrangschikken van de boeken (ik heb er weer een aantal de deur uitgezet) hervond ik wel Schumacher's Hoe kleiner hoe beter, in 1979 verschenen als het vijfhonderdste Amboboek en het derde dat van hem in Nederlandse vertaling verscheen, na Hou het klein en de Gids voor verdoolden, door de uitgever aangekondigd als 'een boek dat iedereen die tobt over het feit dat er iets mis is met onze eigentijdse samenleving, als manna uit de hemel zal ervaren.'


Arie Taal,1946, die op een drijvend IJland in de Nieuwe Vaart woont, dat in een gids van Stadsdeel Zeeburg wordt omschreven als kunstwerk van Arie's vriend en mentor Robert Jasper Grootveld, 1932, vertoont ons een fascinerende dvd van de Amerikaamse vlottenbouwer Poppa Neutrino, die hij in Mexico ontmoette. Zijn kosmologie is ook aan te treffen op www.floatingneutrinos.com.
Arie, als altijd zeer onderhoudend gesprekspartner, herinnert ons ook aan het feit dat de Amerikaanse vlottenbouwer-kunstenaar, zich noemende Victor IV, bij wie ik graag op bezoek kwam (op zijn flottielje aan de Amstel bij de Blauwbrug, tegenover het hoekcafë Het Hooischip) twintig jaar geleden, in 1986 verdronk bij reparaties onder water.
Maakte destijds veel indruk; hij was een bekende stadsfiguur, die regelmatig in de clinch lag met de autoriteiten. Het was de eerste begrafenis'stoet' te water; honderden bootjes rondom op de laastste vaart naar begraafplaats Zorgvlied, naderhand meerdere keren nagedaan, maar nooit geëvenaard.
Ik weet er twee keer over geschreven te hebben, in mijn logboek Stadsnatuur, en de verhalenbundel De achtste deur, beide dat jaar verschenen. Ik weerhoud me in het opzoeken van die teksten; wel kwam ik prof.dr.Fred.L.Polak's boek De toekomst is verleden tijd - cultuur-futuristische verkenningen, de tweede, bekorte druk, 340 blz. in MCMLVIII bij uitg. W. de Haan verschenen, weer tegen: te lezen dus."Het begint als volgt:
"Onze eeuw is wijd opengescheurd en ligt in agonie terneergeslagen. De befaamde Nieuwe Tijd is abrupt geëeindigd, gespleten en gebroken. De breuk in de tijd wordt van vele kanten omschreven als of toegeschreven aan een 'breakdown' van de westerse cultuur. Het gaat nu, halverwege onze eeuw, niet om een ietwat voorbarig 'fin de siècle', maar om het abrupte einde van een ganse aeon, hetwelk zich van onze tijdrekening in eeuwen niets aantrekt. Een nòg nieuwere, Nieuwste en mogelijk Laatste Tijd breekt zich baan, met toenemend geweld. De vraag of onze westerse cultuur als zodanig nog een toekomst heeft is aan de orde van de dag."
Fred Polak's opdracht aan mijn kinderen doet enigszins onheilspellend aan: "Moge zich voor hen tegen de eeuwwende een beter verschiet in de wereld openen dan thans het geval is en mogen zij het hunne ertoe bijdragen de hier gegeven toekomstvisie van onwaarde te doen worden."

Wat heeft mij aan het denken, aan het schrijven, gezet? Welke impuls ging er aan vooraf, die mij er toe bracht rond mijn een- tweeëntwintigste jaar mijn ideeën aan het papier toe te vertrouwen, met de bedoeling ze openbaar te maken, al was het in de vorm van een little magazine, acht getypte A4-tjes, zodanig tweezijdig gedrukt dat ze in de juiste volgorde gelezen konden worden.
Ik noemde het blurb en stuurde het in 100 exemplaren rond, een aantal dat toenam: een abonnement was gratis en na acht nummers, ruim een jaar later, had ik er flink genoeg van: het was telkens een taak meer dan tweehonderd keer de pagina's te vouwen, in geadresseerde enveloppes te steken, te frankeren en op de post te doen.
Geen afscheid voorgoed; in 1961 volgde bij uitgeverij Beuk van de onvolprezen Wim Simons een negende nummer, waarin ook een deel van de nrs. 1 t/m 8 was opgenomen; al vaker is gememoreerd als speling van de literatuurgeschiedenis, ahum, dat tegelijkertijd met de verschijning van blurb in Parijs twee Amsterdamse vrienden, Rudy Kousbroek en Rremco Campert, het eerste nummer van het blad Braak hadden uitgebracht; zij versterkten de redactie met Bert Schierbeek, Lucebert en Bab Westerveld, en er zouden zes nummers van verschijnen.
In het jaar 2000 verscheen bij de Bezige Bij de geïllustreerde uitgave, 428 blz., van Hans Renders: Een kleine mooie revolutie tussen Cobra en Atonaal BRAAK met een fascimile-uitgave van het tijdschrift.
Dankzij een subsidie van het Bert Schierbeekfonds en de medewerking van het Letterkundig Museum en Documentatiecentrum in Den Haag zijn de acht nummers van blurb na 55 jaar hier in facsimile te lezen; waarvoor - mede aan mijn webmaster Robbie Vlasman - oprechte dank. Zie de link blurb.
Vanochtend met mijn desktop Google gespeeld; ik wilde even weten hoe vaak de drie dagbladen die ik lees op mijn webstek voorkomen; wel daar gaan we. De Volkskrant 559 resultaten opgeslagen in uw computer, Het Parool 315 keer, en NRC Handelsblad 234 keer. Ik merkte ook op, in mei 2005 geschreven te hebben, na een paar weken in Frankrijk dat op ons wachtten 2,8 kg Volkskrant, 2,4 kg Het Parool en 2 kg NRC. Wat ik hiermee bewijzen wil, moeten statistisci maar uitvinden.
Media-gedoe dezer dagen rond het Evangelie van Judas; ik vond 5 vermeldingen van Judas in het jaar 2005, waaronder Gilles Quispel die betwijfelde of het Judas Evangelie een nieuw licht zou werpen op het Jezus-verhaal. En ik kondigde toen al aan Kahlil Gibran's Judas uit Jesus, Son of Man op de webstek te zetten; het staat opnieuw genoteerd. Er zijn nog heel wat eitjes te leggen!

De Agenda van NRC Handelsblad (235) kondigde gisteren als volgt de avond aan, waaraan ik medewerking verleen: "Haarlem. Beats. In afwachting van nieuwe leider Guy Cassiers, heeft het Antwerpse Toneelhuis de sleutel een jaartje aan de eigenzinnige theatermaker Josse de Pauw gegeven. In de Haarlemse Toneelschuur staat hij met een muzikale voordrachtsavond, Beats, met werk van de grote Amerikaanse beat poets, Jack Kerouac, William Burroughs en andere experimentelen die eind jaren veertig de snelle vrijheid van de bebop in de literatuur wilden brengen. De samenstelling wisselt, maar u kunt hopen op de beat actors Josse de Pauw, Abke Haring, Titus Muizelaar en Stefan Perceval.
7-8 april Toneelschuur, Lange Begijnestraat 9. Inl. 023-5173910 of www.toneelschuur.nl.
Op www.toneelhuis.be de speellijst voor de maand april: 14-15 Groningen, 21-22 St-Niklaas, 27-28 Borgerhout en 29 Brugge. "De wisselende cast en verschillende Beat-verwante gasten zullen voor hoogst onvoorspelbare avonden zorgen..."

Ongelezen legde ik de cicero- bijlage van mijn ochtendblad (560 x) terzijde; mijn oog viel op een vijfkolomskop op de achterpagina KleinKapitaal: "Omdat Möring niet weet wat geluk is, bestaat het niet."
Ja, dat had ik zelf al eerder hoofdschuddend geconstateerd; jammer voor hem. Het gaat over zijn essay Lijdenslust, uitgegeven door Lemniscaat, in opdracht van de Stichting Maand van de Filosofie. Laatste alinea van Hans Driessen's bespreking: "Nee, Mörings essay is geen verrijking voor het filosofische debat. Het is een plezierig en met ingehouden humor geschreven verslag van zijn eigen onvermogen om geluk te ervaren. Misschien had hij in zijn jonge jaren naast al die hoofse romans ook eens Don Quichot moeten lezen. Dat zou hem wellicht hebben genezen van de waan dat de literatuur en het werkelijke leven samenvallen."
Le bonheur se raconte mal - het geluk laat zich slecht vertellen, heeft Flaubert blijkbaar geschreven. Maar dat het bestaat, Edith en ik willen het Marcel M. best eens laten zien: we're living proof!
Uw bevoorrechte Simon Vinkenoog, chroniqueur, en blijkens het programmaschema van het Innovatie Festival in Dordrecht, waar het Spinvis-Octet en ik gisteren spetterend en zinderend acte de présence gaven: 'de nationale sjamaan'(sic)! Geen zout op mijn staart, aub! SV


Donderdag 6 april 2006

The Day of the Experimenter

Pinguinskunnenvliegen.nl (hoe bedenk je het?), de webstek van het Innovatie Festival, kondigt aan wat vandaag in Dordrecht allemaal staat te gebeuren. Spinvis biedt enkele optredens; straks worden wij door Hans en Hans opgehaald, om mee te spelen: innovatief, jongens en meisjes!
Elke dag ergens mijn mondje open; morgenavond treed ik op met de Vlaamse Beats in de Haarlemse Toneelschuur; zaterdag in het Gymnasium Haganum aan de Laan van Meerdervoort 57 in Den Haag als onderdeel van een festival over de kracht van het woord Pop vs. Poetry (eerder meegemaakt; applausmeter! zie ook www.doenevenementen.nl/haganum) met als medespelers onder meer Hans Vandenburg, The Lau, Tjitse Hofman, Diana Ozon en Jules Deelder.
Zondag 9 april viert de Dichterskring Waterland haar 25 jaar bestaan; dit heuglijk feit wordt gevierd in café De Bonte Koe aan de Koemarkt 24 in Purmerend - ik mag het feest presenteren: een bloemlezing van een kwart eeuw eigen werk van de dichterskring wordt gepresenteerd, het zigeunerjazzkwartet Peu de Feu speelt, en er is een Open Podium.
Uiteraard spelen een rol de gesprekken en ontmoetingen, die deel uitmaken van ons heerlijke bestaan. Gisteren een intense en inspirerende bijeenkomst met Hans Plomp en Rudolf Stokvis over het pinksterpoëziefestival Vurige tongen in Ruigoord, en Coen de Jonge komt nog langs over de samenstelling van mijn dichtbundel Zonneklaar, dit najaar bij uitgeverij Passage in Groningen te verschijnen.
De maandelijkse poëzieslag in Festina Lente, eergisteren, was weer een bizondere avond - een buitenstaander, de Wageninge psychologe Cornelly ging met de prijs strijken (unaniem besluit van juryleden Sven Ariaans, Erik Jan Harmens en yo) en wij hopen haar weer te zien op de jaarfinale in juni.
Laat ik hier nog even de buitenwereld binnen? Dag 1: uitbraak van stellingoorlog (over de fikse woordenstrijd tussen Rutte en Verdonk als beoogde lijsttrekkers van de VVD) kopt de voorpagina van de Volkskrant, waaronder een foto van de trotse (let's go!) Minister Verdonk op de BouwRAI in Amsterdam.
Martin Bril's als altijd nuchtere commentaar op het evenement:
"Rita straalde als een aardbei, dat was eigenlijk het opvallendste van de hele bijeenkomst. Nooit eerder was bovendien haar gezicht zo schitterend opgemaakt als deze keer, filmsterwaardig, en nooit eerder genoot ze zo van alle aandacht, ze leek verdomd wel Heleen van Royen die het boekenbal bezoekt. Iets te zeggen had ze niet, en dat was jammer voor de massaal uitgerukte pers, maar zelf kon Rita het lekker niets schelen. Jaren verketterd en uitgejouwd, kon ze zich nu ineens geliefd wanen - en dat is toch wat iedereen wil. Zo gezien had de bijeenkomst iets pathetisch.
Dan was er de retoriek.
Ouderwets getoeter over nieuw elan, trots, geestdrift, minder bureaucratie, afspraak is afspraak, niet links, niet rechts, maar recht door zee, bejaarden die verkommeren in verzorgingstehuizen en politiemannen die de straat op moeten in plaats van met de hand in de broek achter computers te zitten, lachende loonstrookjes en minder belasting. "Ik had vijf A4-tjes bij me kunnen hebben, met tweehonderd punten, maar daar heb ik niet voor gekozen. Ik heb overal een mening over, maar daar ga ik nu niet op in." Rita Verdonk zei het met grote trots, alsof deze vorm van bewuste, provocerende inhoudsloosheid een enorme pre is.
Tsja."

Jan Cremer exposeert Zeegezichten (twintig schilderijen van 2 x 2 meter) in het Groninger Museum, t/m 22 oktober te zien. In de Kunstbijlage van de Volkskrant een mooie grote foto van Harry Cock, en geïnterviewd door Rob Gollin de als altijd amusante borstklopperij:
"Of ik last heb van grootheidswaan? Ik ben het volkomen met je eens. Ik geloof zeker dat ik tot de besten behoor, zo niet de beste van na de oorlog ben.. Als je je hele ziel geeft aan je werk, als een bokser die de ring ingaat, als je dat integer en vol overgave doet, wordt dat herkend. Maar als ze niet zeggen dat ze de beste zijn, zijn ze niet goed. Dat betekent dat je aan jezelf twijfelt. Het is oorlog, een eenmansguerilla. Die moet je niet ingaan als je denkt te verliezen."
Met guerillagroeten, Simon Vinkenoog.


 

Woensdag 5 april 2006

The Day of Consequence

Zwichten voor de complot-theorieën, die in de huidige wereld de ronde doen - het is het ergste wat je overkomen kan. Het is heel jammer te moeten constateren, in de dezer dagen verschenen Ankh-Hermes Boekenkrant (informatie, inspiratie, realisatie, nummer 35, najaar 2006 (!), over Boeken tussen hemel en aarde), dat een auteur als Marcel Messing van deze hedendaagse hype-mythe het slachtoffer geworden is.
Zijn boek Worden wij wakker? Over de verborgen krachten achter het wereldtoneel en de komende transformaties wordt in deze boekenkrant als volgt aangekondigd:
"WWW is de afkorting van World Wide Web, het wereldwijde web, bekend als internet. Velen roemen dit web, anderen kijken er kritisch naar. Weinigen beseffen echter welke macht hierachter staat: die van het apocalyptische Beest, verbonden met het getal 666. Deze tegenkracht probeert op alle mogelijke manieren de spirituele evolutie van de mens tegen te houden. Totale controle, implantatie van de microchip, Big Brother-technieken en bewustzijnsmanipulatie behoren tot het scenario, waarin internet een centrale rol speelt. In plaats van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, verbonden met de ascensie van onze planeet rond 2012, pogen de tegenkrachten een 'Nieuwe wereldorde' te vestigen, waarin de mens tot slaaf is geworden. Dit boek laat op schokkende wijze zien hoe de eens gevallen engelen, bekend als 'wachters', de verborgen krachten zijn achter de huidige wereldsituatie. Door inzicht, bewustwording, licht en liefde kunnen we een tegenwicht vormen tegen deze duistere krachten en zo misschien een wereldcatastrofe voorkomen."

"Laat de angst niet winnen van de mensenrechten", adverteert Amnesty International deze ochtend in de Volkskrant. Bij Marcel Messing hebben we te maken met het feit dat de angst het bij hem gewonnen heeft van het gezonde verstand, de kosmische common sense, die in deze aangelegenheid volkomen ontbreekt.
Welke ascensie? Waar heeft hij het over? Ook zo'n hype, net als die van de orthodoxe Christenen en andere religies, waarin gehoopt wordt op een verdere openbaring door een toekomstige Messias, Maitreya Boeddha, Imam Mahdi of een teruggekeerde Christus.
De Aarde zou door de weerklank en resonantie van hun liefdevolle boodschap in een verhoogd trillingsgetal terechtkomen, vibraties weet je wel, en dat zou weer samenvallen met de voorspellingen in de Maya Kalender. Typerend voor deze beweringen is het terugbrengen van alle tijden, die op dit moment een rol op het wereldtoneel spelen, tot de eindtijd. Zelfdestructiever kan het niet!
Op een symposium Eindtijd? Nieuwe Tijd!, door uitgeverij Ankh-Hermes georganiseerd, komen op 27 mei aanstaande in Stadshal de Flint in Amersfoort zes auteurs aan het woord, die de uitgangspunten van dit thema zullen belichten: Hans Stolp, (Aan synagoge, kerk en moskee voorbij)), Janosh (powerpoint-presentatie over Graancirkelcodes), Jaap Hiddinga (De oorsprong van de gedachte aan een planetarire omwenteling), dagvoorzitter Karen Hamaker-Zondag en Marcel Messing dus.
Nog eens opnieuw valt te lezen: "Niet alleen zal hij ingaan op de "spirituele oorlog" die tegen de mens gevoerd wordt via onder andere de elektronica (internet, big-brothertechnieken, biometrische paspoorten, computerspelen en implantatie van de microchip), maar ook op de 'gevallen wachters' of 'gevallen engelen', die in een laatste strijd de menselijke zielenontwikkelingen pogen te blokkeren en de ascensie van de aarde trachten te verhinderen."
Onze gereëincarneerde Kathaar heeft zich, ook al blijkens een artikel van zijn hand in een der laatste PRANA-nummers, volledig gefascineerd door het Evil Empire van David Icke en consorten, met huid en haar overgegeven aan de conspirationalists, de geniale bedenkers van onontwarbare kluwens samenzweringstheorieën - volgens mij juist het grootste gevaar voor de mensheid. Ik wijs naar The Reptilian Agenda, Children of the Matrix & andere archetypische schaduw-beelden, waartegen psycholoog Carl Jung al waarschuwde in zijn boek over UFO's, uit de jaren '50 van de vorige eeuw.
Een gewaarschuwd mens telt voor twee, hier komt de reptilian connection:.
"Many attempts have been made to close down davidicke.com and hack into the system to disrupt this site. But we're still here. See for yourself the information they are trying to block."

Ik riep het in de jaren zestig: ZIJ BESTAAN NIET!
It's all in the mind!
Jammer genoeg is hier sprake van gemanipuleerde mind. In haar inleiding tot het in deze boekenkrant aangekondigde Symposium vraagt Karen Hamaker-Zondag zich af of voorspellingen serieus te nemen zijn, of dat er iets anders aan de hand is. "Wij zien dat in alle geledingen en in alle kringen het idee van een komende verandering op de een of andere manier speelt. Als iets zo breed gevoeld en gedragen wordt, dan is er, gezien vanuit Jungiaans perspectief, een archetype in het collectief onbewuste van ons allen wakker geworden. Het maakt ons gevoelig voor bepaalde tendensen en tekenen des tijds. Maar hoe komt het dan dat de één zo vol angst een gewelddadige eindtijd verwacht, terwijl de ander vol verlangen uitkijkt naar en overtuigd is van een komende betere wereld? Dat heeft allemaal te maken met ons eigen persoonlijk onbewuste. Dat wat zich roert in het diepst van ons wezen, in het diepst van de mensheid, gaat in ieder van ons op reis naar het bewustzijn, en ontmoet op die reis onze complexen en verdringingen maar ook onze verborgen gaven en talenten die van invloed zijn op de manier waarop de innerlijke beelden en gevoelens verder vorm krijgen. En ze bepalen ook op welke wijze we angst of hoop projecteren in zo'n collectief thema."
Dat we al decennia lang zó lang bezig zijn met een aanstaande verandering van de wereld maakt ons duidelijk dat er wel degeleijk iets aan het bewegen is, volgens astrologe Karen Hamaker-Zondag. "Alleen in welke vorm? En moeten we er bang voor zijn? Wat dat laatste betreft: ik denk het niet, al weten we allemaal dat we niet op deze wijze door kunnen gaan met het plunderen van de aarde. Dat oude gedrag moet verdwijnen".

En nu verdwijn ook ik, achter elke bewijslast, voorbij de debatteerlust, elk vogeltje zingt zoals het gebekt is - en ik verschil even van mening met Marcel Messing, volgens mij misleid, verleid - en als mensen gewaarschuwd moeten worden zijn er heus wel belangrijker appeltjes te schillen: de CIA en de papavervelden, ûberhaupt de War against Drugs, de grootste vergissing in de korte, alweer aflopende geschiedenis van de DIS United States of America, die schurkenstaat! Expatriates, welcome! Worldcitizens, Unite! Verdom de oorlog & beziel de vrede.
Gemoedsrust.
Middageditie: minuutje meditatie.
Simon Vinkenoog.


 

Dinsdag 4 april 2006

The Day of Initiative

Weg van de bobo's. Op weg naar de stilte. Terug naar de faalangst van een Wonderkind. Terecht bij een brein dat overwerk verricht, aan de wereld verplicht, als licht.
Inspirerend bezoek, geschaard rond de dis ("samen eten is de olie van de vriendschap"). Het initiatief ging uit van Berthe Meijer (bekend door haar kookboeken), die haar levensgeschiedenis op stapel heeft staan en die ons graag uitnodigde in het nieuwe appartement dat zij in Amsterdam-Zuid deelt met haar man, de Amerikaanse Nederlander, Gary Goldschneider die heel wat mensen heeft verrukt en verrijkt met de groots als album uitgevoerde, door Joost Elffers typografisch verzorgde uitgaven, waarvan er twee in het Nederlands zijn vertaald bij Becht-Altamira, en de andere in de wereld hun weg vinden. Goldschneider (Philadelphia, 22 mei 1939) is, zoals ik hier enkele malen heb uiteengezet, de naamgever van de dagen, zoals hij ook de weken en seizoenen van passende benamingen heeft voorzien. www.goldschneider.com.
Zoals hij zich ook in het boek Wonderkind. Kroniek van een Amerikaanse jeugd, (uitgeverij BZZTôH, 1991, ISBN 90 6291 592 2) zeer openhartig uitlaat, is zijn levensverhaal er een van telkens opnieuw door het toeval verrast worden, samengaand met intuïtie en - ik zou bijna zeggen gnostische kennis. Ik ben geen onthouder-van-gesprekken, die na afloop thuis woord voor woord weet weer te geven - wat ik wel weet dat elke waarlijke dialoog (trialoog, gevieren aan de praat, vereend) tot een verdieping leidt van wat ik in mijn JaJaJa-gedicht noemde : de onwankelbaarheid van de overtuiging.
Ontmoetingen die je sterken, mensen die zich met geen ander mens laten vergelijken, die een volkomen eigen verhaal te vertellen hebben en weten te putten uit de hoorn des overvloeds: Cornucopia. Abundance. En ook weer zo'n hechte man-vrouw relatie, na decennia worstelen om harmonie en geluk. De wetenschap, ook verwoord door de Afrikaanse dichter Ben Okri: "dat dit de tijd is om de beste droom te dromen van alle dromen die er zijn" - en dit zo vaak herhaald, dat het een weerklank vindt in de alledag, die allerminst alledaags is.
Ik kreeg ter lezing en beluistering de volgende dromen mee:
naast het Wonderkind, waarin ik straks gefascineerd ga verder lezen;
een BZZTôH-uitgave uit 1990: Astrologie anders, Uw verjaardag vertelt u wie u bent (ISBN 90 6291 533 7) onder het pseudoniem Azgarde;
Charting the Times of Your Life, ondertiteld Your birthday - and the power it holds for you every day - first Pocket Books trade paperback edition January 2005 - hardcover edition 2002 heette The Astrology of Time.
Volume 1 van Ludwig van Beethoven's Sonates, gespeeld door de pianist Gary Goldschneider (cd, 2001) en een cd met acht composities van Goldschneider, met het Rotterdams Kamerorkest o.l.v. Conrad van Alphen, Sunshower productions 2003.

Work can be fun and men can enjoy it. (D.H.Lawrence). Even geen Secret Languages meer; voorbij de Birthdays, Relationship en Destiny - deze wetenschap heet Personologie, is gebaseerd op de ritmen van de seizoenen, verbindt Aarde met Hemel, en maakt verschil tussen CHRONOS (de tikkende tijd) en KAIROS (het eeuwige nu).
Gevraagd, lees ik op p.xvii van het Charting-boek, naar een eigen filosofie, pleegt Goldschneider te antwoorden: "I believe that we live in a universe of chance, punctuated by miracles and ruled by God."

En dit is een mooi innerlijk plaatje om dit praatje tot een zonnig einde te brengen. Gegroet, uw Simon Vinkenoog.


Maandag 3 april 2006

The Day of the Fulcrum

Welkom, veertiende week. Na de zondagsrust, gisteren op de tuin (onmiskenbaar, hoewel laat, het voorjaar in zicht) - opnieuw een actieve week voor de boeg, met verontschuldigingen aan M.C.J.S.A.D. van Schaik, die afstudeerde aan de Faculteit Bouwkunde in Delft, met een COBRA-project (Nieuw Babylon): wij waren er niet bij. En Arthur, ook bij jouw belangrijke wedstrijd waren we afwezig, sorry - na het zaterdagavondoptreden met het Spinvis Octet in Drachten was het even stoom afblazen. Erik Vloeimans (trompet) viel in voor de verhinderde Hans Dagelet, hij en Saartje (cello) wisten mijn gedicht HELIOS uniek muzikaal te vertolken. Dank. En elke keer weer proef ik het als een voorrecht, met deze mensen zo nu en dan on the road te zijn: man voor man (en vrouwen rondom) persoonlijkheden met een eigen geluid: wij weten elkaar steeds beter te duiden..

Kortom, tijd voor een overpeinzing die ik te uwen behoeve uit de kleinste kamer van het huis te voorschijn haal:
TIME IS
too slow for those who wait;
too swift for those who fear;
too long for those who grieve;
too short for those who rejoice;
but for those who love,
TIME IS NOT.

Ik heb nog even rondgerommneld in de Wereld van de Waarheid. Naar aanleiding van de maand van de filosofie, heden rondom ons gaande met als thema 'waarheid', was de Opinie & Debat-bijlage van NRC Handelsblad dit weekend daaraan gewijd. Vier paginas's hooggeleerde lectuur, twee agenda-pagina's alsmede een hoofredactioneel (Lux et Libertas) commentaar:
"De liefde voor de filosofie staat in contrast tot de efficiënt-economische tijdgeest en tot de eis aan hedendaagse universiteiten om uitkomsten van onderzoek voor de markt te produceren. Zowel voor filosofie als voor wetenschap geldt dat de grootste doorbraken uit onverwachte hoek komen. Daar zijn vrije geesten voor nodig. De aarde is niet plat en de filosofie ook niet. Zoeken is menselijker dan vinden - en dat maakt de bloei van de wijsbegeerte weldadig."
Doorschoten met beroemde waarheden, uitspraken van Aristoteles, Seneca, Thomas van Aquino, Spinoza, Voltaire, La Rochefoucauld, Locke. John Stuart Mill, Montaigne, Pascal, Heidegger, Kant, Leibnitz, Santayana, Schopenhauer, Nietzsche, Wittgenstein, Foucault, Cioran, Hobbes, Gianni Vattimo en opnieuw Schopenhauer ('Sluipwegen moet in deze wereld de waarheid bewandelen'). Daarnaast Beruchte Onwaarheden: Gerald Ford, David Hume, Joseph G. Richardson, dr. Benjamin Spock, Louis Agassiz, Plinius de Oudere Nietzsche, Stalin, Lord Kelvin, Aristoteles, de kapitein van de Titanic, Edward J. Smith die in 1907 verklaarde dat de moderne scheepsbouw de omstandigheden te boven was waarin een schip zou vergaan, Rousseau, Carl Vogt, Barbara Hutton en John Dalton, Brits chemicus en fysicus, grondlegger van de atoomtheorie, die in 1803 verklaarde: 'Gij weet dat geen mens het atoom kan splitsen.'
Ik heb even mijn eigen waarheden tegen het licht gehouden bij het lezen van de diverse artikelen: Confucius doet nog altijd (en weer) mee. Onze snaartheorieman Robbert Dijkgraaf weet Richard Feyman als slotsom van zijn artikel 'Wetenschap: mooie verhalen over het onbekende' op te voeren, die verklaarde: Ik kan leven met twijfel en onzekerheid en niet weten. Ik denk dat het veel interessanter is om in onwetendheid te leven, dan met antwoorden die fout kunnen zijn.'

Wat Google- en andere zoektochten betreft: mij gewerd een aanrader: www.metahistory.org. Aldaar rondgekeken; homepage aantrekkelijk getiteld Metahistory Quest - Beyond the tyranny of beliefs. Wellicht meer; wij verwachten de eerste bezoeker, die straks de trap zal beklimmen. Edith legt zijn krasparkeerkaart klaar. Vind je weg in de waarheid; het is een land zonder paden (Krishnamurti). En mij blijft Vattimo's uitspraak bij: "Wanner je iets tot een absolute waarheid maakt, ligt het geweld altijd aan het einde van de weg."
Een vitale week toegewenst! Simon Vinkenoog.


Zaterdag 1 april 2006

The Day of Dignity

AHIMSA. Met dit begrip word ik wakker, na de droomwereld waarin mijn onderbewustzijn de appeltjes schilt, die ik overdag laat liggen. Ahimsa - geweldloosheid. O, wat haat ik geweld, wat heb ik niet gevochten om het geweld uit mijn systeem te weren en te boven te komen. Wat heb ik niet geleden om het altijd zinloze geweld, dat ik in zo vele figurataties heb zien langskomen; vanaf de vroegste jaren (binnenshuis, op school en straat) en de oorlogsjaren van mijn 11e tot mijn 16e levensjaar: het geweld van de bezetter, die mij mijn vriendje Helmut ontnam (en zijn lieve ouders en broers): de Blumenthals nemen een grote plaats in, in mijn herinneringen, aan een gezinsharmonie die ik zelf pas in later levensjaren mocht ervaren. En dat het geweld de wereld niet uit is, beseft ieder onzer maar al te goed.

Wat doet de dwaas op 1 april? Wat hij maar wil... Wat hij maar wil.
Ik stelde een aantal vragen in een gedicht dat ik 1 april 1973 voorlas tijdens het Geestelijk Réveil, een bijeenkomst die destijds jaarlijks in Krasnapolsky gehouden werd; new agers, een begrip dat ik niet pejoratief bedoel. Ik heb altijd respect gehad voor mensen die durfden te breken met de heersende mening, gevestigde opvattingen en conformistisch gedrag.
Het probleem van de dak- en thuisloze geest is minstens zo belangrijk als dat van de hongerigen en ondervoeden: wat komen wij niet tekort aan geestelijk voedsel in een wereld die voortdurend bezig is gaten te stoppen met onmiddellijk te consumeren behoeftenvoorziening.
Je echt los weten te maken van de status quo, het drijfzand van de huidige samenleving, vereist moed en onafhankelijkheid. Hoe onafhankelijk zijn we, in onze denk- en leefwijze?
Zo vele mensen zijn inderdaad, zonder het te weten slaaf van de slechte gewoonte(s), beseffen soms niet eens dat er andere mogelijkheden zijn dan de routineuze levenswandel, zich niet bewust dat de grote levensles er uit bestaat aan de evolutie deel te nemen, een persoonlijke ontwikkeling die gelijk op gaat met het besef van de grote planetaire verbondenheid, op Aarde - waar de groten niet echt 'groot' zijn en het kleine niet gewaardeerd, hoewel nog altijd geldt: SMALL IS BEAUTIFUL.
Ik heb vaker mijn voorkeur uitgesproken voor grassroots-bewegingen, met hun bottom upwards mobility, inplaats van de top down-oekases waarmee de politiek tracht leiding en richting aan te geven.
Vanuit het besef, 1 april of niet, dat wij in de hele wereld nog voor heel wat akkefietjes zullen komen te staan, waarvan wij strekking en implicaties nooit onmiddellijk zullen inzien (hallo China, India, Midden-Oosten, Noord- en Zuid-Amerika, olie, water, klimaat) is er niet veel anders te doen dan, nee niet lijdzaam, afwachten... In de tussentijd gaat de geestelijke mobilisatie door; de spirituele revolutie staat nog menigeen te wachten die zich tot nu toe niet aangegrepen voelt.
De vitamine C-ontdekker Linus Pauling heeft ooit gezegd - en ik laat het hierbij; de tuin lokt en vanavond Drachten met Spinvis:
"I know: discoveries will be made that my imagination is incapable of conceiving. I await them with curiosity and enthusiasm."

Hoe intens verlangen wij naar vrede! In een notitieboekje uit 1993 lees ik de uitspraak van Gertrude Jekyll: "De allereerste bedoeling van een tuin is het verschaffen van geluk en gemoedsrust".
Op weg daarheen dus; U allen door ons een voortreffelijk weekeinde toegewenst. Simon Vinkenoog.


 

 

MAART 2006