Vrije Gemeente, Amsterdam

Zondagmorgenlezing 1 februari 2004 over: “Utopisch leven”

Spreker: Simon Vinkenoog
Pianiste: Tooske Hinloopen

***

“Utopische speculaties moeten weer in de mode komen. Zij bevestigen als het ware ons geloof in de mogelijkheid dat wij problemen kunnen oplossen die op dit moment onoplosbaar schijnen. Heden ten dage is zelfs het overleven van de mensheid een utopische hoop.”[1]

Norman O. Brown: Life against Death

Ik ben een dwarsligger en ik moet mijn inleider teleurstellen: ‘Die ouwe tijd’ was niet zo goed en ‘Die nieuwe tijd’ is niet zo slecht. Wij zijn tijdgenoten en van die tijd kan je niets zeggen behalve dat zij ons opvangt en een beetje ruimte geeft en ik ben dan blij dat er iemand is die zo volkomen kan opgaan in de muziek dat wij er als het ware niet zijn.

Eén zijn met de muziek, een zijn met wat je doet, met dat wat je van plan bent en hoe je naar het leven kijkt. Naar het daglicht vol verwachting: wat brengt de dag? Wat is er vandaag weer te plukken? Wat is er te doen? Waar neem ik aan deel? Wat strekt zich om mij heen uit? Het is altijd te relativeren en te nemen voor wat het is. Aan heel veel van die dingen kunnen wij niets doen. Wij kunnen alleen maar het nieuwsverband volgen. Wij zijn nu eenmaal in de tijd, en niet van de tijd. Wij zijn eeuwig en we maken even tussen geboorte en dood deze blikseminslag mee. En wat doen we in die tussentijd, tussen ‘dat wat we niet meer kennen’ en ‘dat wat we nog niet kennen.’

Wat doen we met ‘weten’, en waaruit bestaat ‘kennis’? Is dat alleen een opsomming en een databank van feiten, of zijn dat de connecties die je zelf legt, de banden tussen wat gebeurt en datgene wat je voor jezelf waardevol acht? Bekijk je dat door een koker, zoals veel mensen die niet voorbij wat dan ook voor grenzen kunnen kijken of probeer je die blik zo uitgebreid en wijd mogelijk te maken? Sta je open? Ben je liever niet bang?

Zo schreef ik een boek in 1964, dat heet “De Liefde”. Ik heb toen gezegd: “Ik heb afscheid genomen van het tijdperk ‘Angst’ en ik betreed het tijdperk ‘Liefde’ waar liefde op alle niveaus functioneert: in elk woord, in elk ogenblik, in alles wat je meemaakt”. Heel moeilijk, want je wordt voortdurend aan de tand gevoeld door de tijd. Er zijn valkuilen waar je niet in moet vallen, er zijn struikelblokken, voetangels en klemmen.

Het utopisch denken gaat heel ver terug. Het utopisch denken is er altijd geweest. De Egyptenaren bouwden pyramiden om de krachten van de zon te vangen en om de farao’s te vergezellen op hun reis door het zielerijk. En wij maken met open ogen, mond en oren en al onze zintuigen mee een hemel op aarde, die we er niet van gemaakt hebben! En toch zal dat het eerste zijn dat we te zoeken en te vinden hebben: “Zoekt eerst het Koninkrijk der Hemelen in u en de rest zal u toegeworpen worden!” Dat is die verwachting, die klopt!

De bevrijding (niet de Bevrijding die ik in 1945 als 17-jarige jongen meemaakte) zal ieder mens op elk bepaald daartoe geëigend moment zelf moeten verwerkelijken. “Een ander kan je geen bevrijding brengen”, deelde Krishnamurti (door de theosofen uitgezocht als Messias, als Wereldmeester) in 1929 mee. Het gaat er om dat ieder mens Wereldmeester of -meesteres wordt en beseft welke paarden er voor zijn koetsje uit lopen. Ik ken een jongen die zei: “Ik ben borderliner, ik ben zes weken onder behandeling geweest. Ik wil dit en ik wil dat en dan weer zus en dan weer zo.” Ik dacht: dat wordt heel moeilijk om die acht paardjes op de goede koers te houden.

Maar die koers is er wel en heet heel eenvoudig: ‘het Pad van het Hart’: doen wat je gevoel je ingeeft, in een wereld die zich niet zoveel van gevoel aantrekt. Die vaak ontzettend onverschillig is. Waar mensen apathisch en lamlendig dingen maar over zich heen laten komen zonder zich af en toe assertief op te stellen en te zeggen: Hallo, dat neem ik niet en dat hoef ik niet te nemen, dat hoort niet!

Ik ga me niet mengen in een normen- en waardendebat, want zelf ben ik al vijftig jaar betrokken in een oorlog waar ik niets mee te maken heb, de oorlog over drugs. Omdat ik een onschuldig plantje rook in plaats van die verderfelijke nicotine heb ik die cannabis, maar dat mag ik niet. Maar er mag zoveel niet en de dwarsligger vindt zijn eigen weg. Om buiten de wet te leven moet je eerlijk zijn, heeft Bob Dylan ons geleerd en u heeft gehoord: het utopisch leven.

Ik las een boek over ‘Trances’ in de jaren zestig. In alle samenlevingen komt de ‘trance’ voor: het opgaan van de sjamaan, het opgaan van de voorganger in iets dat groter is dan hijzelf, iets dat men ‘transpersoonlijk’ noemt. Iets dat ons verbindt zonder dat we het meteen kunnen horen of zien of voelen omdat er eigenschappen zijn die we vaak verloren zijn en die we weer aan het terugvinden zijn.

In dat boek over ‘Trances’ werd gezegd dat in de volgende eeuw trances net zo belangrijk zullen worden als het elektrisch licht, waarin mensen in en uit trances kunnen gaan, in en uit hypnose, dromen, visioenen en de re-entering. Wat is werkelijkheid? Het hele idee van de werkelijkheid dat zo verandert sinds zo ontzettend veel dingen zich onzichtbaar blijken af te spelen. Elektromagnetische draaggolven…. Andere golven die mensen met elkaar verbinden… Soms kun je praten in een gezelschap dat wèl weet waar je het over hebt en dan weer richt je je tot mensen die absoluut geen idee hebben waar je het over hebt, omdat je probeert alles een beetje uit zijn verband los te schroeven om in een groter verband te stellen.

Dat boek over trances is voor mij wat je de ‘high’ noemt. De ‘high’ bestaat: er is een normale staat van doen waarin we zò zijn, en een staat van ‘high’ waarin je met wat grotere dingen wordt geconfronteerd. Bij dat laatste is te hopen voor iedereen die dat doet, dat hij over woorden beschikt voor dàt, wat er gebeurd is en dat hij er vorm aan weet te geven.

Nobelprijswinnaar Linus Pauling (van de vitamine C) schreef voorin dat boek: “I know discoveries will be made that my imagination is incapable of conceiving. I await them with curiosity and enthusiasm”. (“Ik weet dat er ontdekkingen zullen worden gedaan die mijn verbeeldingskracht op dit moment nog te boven gaan, maar ik wacht ze af met nieuwsgierigheid en enthousiasme”).

Voor een utopische levenswijze zijn nieuwsgierigheid en enthousiasme zeer, zeer noodzakelijk. Je kunt vanavond Utopia beleven. Niet iedereen zal dat paradijs met je delen, want niemand ziet dat er geen hekken om staan met “Toegang gratis” en “Vrij parkeren” en wat al niet?!

Je hoeft je nergens bang voor te maken want alle dingen gebeuren tòch zoals ze moeten zijn. De dood hoort bij het leven en ziekte en ouder worden ook. Net als ongelukken en rampen en catastrofes. Het gaat precies zoals het moet gaan.

Ik durf niet te zeggen “volgens een goddelijk plan”, want er is ook nog een chaostheorie die alles lekker door elkaar gooit, een einde maakt aan al onze vastgeroeste zekerheden. Met die zekerheden zal deze maatschappij, deze samenleving, deze evolutie, zich niet kunnen voltrekken tot in een staat waarin je opgelucht kunt zeggen: “Zo, er is geen werk meer aan de winkel. Ik kan op mijn lauweren rusten”. Want dat is er voor niemand bij (zei de oude pensionado)!

Er was een utopist in de 19e eeuw, Charles Fourier, een Fransman. Niet al zijn ideeën zijn even goed, want hij wilde mensen met honderd tegelijk in hokjes bij elkaar stoppen en dan zien wat er uit kwam. Hij schreef in l835: “La fausse industrie”. Daarin schreef hij het volgende citaat: “Columbus begaf zich op een onbevaren oceaan zonder rekening te houden met de angsten van zijn tijd. Laten wij dat ook doen. Laten wij verder gaan door volledig af te wijken. Niets is gemakkelijker. Het voldoet dàt te proberen, wat contrasteert met ons mechanisme”.

Je hoeft er de kranten maar voor op te slaan. Je wilt toch geen deel hebben aan ongelukken, misdaden en rampen en misverstanden en alles wat verkeerd gaat en tot nieuws wordt? Terwijl alles wat goed gaat maar als vanzelfsprekend wordt aangenomen, daar schrijf je nauwelijks over! Ja, soms, een pasgeboren baby, hoera hoera! Omdat die koninklijk is of in een stal geboren wordt.

Het nieuwe leven, dat zich voltrekt in en rondom ons en waarop nauwelijks een vinger te leggen is. Een tijd lang hebben mensen gedacht: new age! Dat is het! We gaan cursussen doen! We gaan de spirituele markt op! Maar op een gegeven moment komt de mens toch tot de confrontatie met zichzelf, met de dingen waar hij bang voor is, de dingen waar hij liever omheen loopt, de hindernis. Dat confronteert je. Pas op dat je geen afweermechanismen ontwikkelt! En als je het al doet: Wees er gauw bij om ze weer overboord te gooien. Geen ontwijkingmanoeuvres. Ga regelrecht op de dingen af!

Ooit had ik een kleine onenigheid met iemand. Hij tikte me op de vingers: “Wij zijn op de zelfde reis!” Elk mens heeft voor zichzelf die reis. Hij is de reiziger op die weg. Hij is de weg, hij is het vertrekpunt, hij is de bestemming. Voor mij is dit reizen door deze wereld ook nog steeds een magnifiek iets.

Mijn vrouw en ik zagen een advertentie: schrijf in! Meteen gedaan. Maandenlang in afwachting en we zijn daar geweest. In een land waar ooit een cultuur was die enorm mooie mensen heeft achtergelaten. We waren in het land van de Maya’s. Twee weken lang hebben we met een bus en twintig reisgenoten 3650 km.afgelegd, van 6 tot 22 januari, van Mexico de grens over naar Guatemala, Honduras en via Belize weer terug. En daar zagen wij die archeologische plekken! Wat hàdden die Maya’s, wat wìsten die Maya’s? Daar zijn op het ogenblik heel veel boeken over geschreven. Er is een lange kalender die de Maya’s gemaakt hebben tot 2012 en verder!

Maar wat ìs het dat die Maya’s er toe bracht elk jaar op een bepaald moment de zon weer binnen te lokken? Dat de zon op zou komen op die ene plek?

Zelf hebben we ooit in Egypte ook de tempel gezien (hij is vijftig meter verhoogd omdat hij anders onder water zou verdwijnen), waar één keer per jaar de zon binnen wordt gelokt!

De zon, lieve mensen, is toch wel de grote krachtbron zonder dewelke wij niet in leven zouden zijn. Het is geen wonder dat de eerste religies te maken hadden met de zon, die opkomt en ondergaat in een waanzinnige regelmaat

En hij blijft maar draaien, eeuwig draaien. En dan hoor je ook nog eens over twee zonnen! En je denkt, wat zou er in het leven kunnen gebeuren als er opeens die zon verdwijnt? Of dat er een nucleaire wind komt zodat we de zon niet meer zien?

Ik mis hem natuurlijk, ik heb twee weken in 32 graden in de zon geleefd en moest hier weer terug naar 3 graden. Kleine bronchitis, antibiotica en daar staan we weer!

Intussen is er een boekje van mij verschenen en dat heet “Goede Raad is Vuur”. En het vuur waar ik het over heb is niet het in brand steken van wat dan ook om iets kapot te maken, maar het innerlijk vuur, die vlam in ons die de Ziel is, die blijft branden. Wat er ook gebeurt! Die we nooit zullen moeten uitdoven. Hoewel er veel mensen zijn die, de kindertijd voorbij en volwassen geworden, geen tijd meer hebben om te spelen. En spelen, oprecht eerlijk spelen, is toch wat we met het leven zullen moeten doen.

Het is een ernstig spel. De hele wereld is van ieder van ons afhankelijk! Het hangt van onszelf af, en ik spreek voor eigen parochie, want ik kan dit nu eenmaal niet op elke straathoek verkopen: van ieder van ons is de toekomst afhankelijk.

Als je bang bent is de kans groot dat je zo angstig wordt, dat je bang wordt voor de dood. Angst voor het onbekende. Maar we zullen steeds te maken hebben met het onbekende, want het onbekende blijft meespelen. Trekt soms een stoel of een mat onder ons weg en brengt ons weer tot onze positieven.

Het is heerlijk om positief te leven. Om eerlijk te zijn, geen geheimen te hebben. Het is prachtig zonder verborgen agenda te leven, gewoon geen geheimen te hebben. De Vlaamse dichter Paul van Ostayen schreef: mijn spel is zo eenvoudig, niemand kan het raden.

Waaruit bestaat mijn spel? Dat ik op mijn leeftijd het geluk heb mogen vinden. En het is er en het zou er voor iedereen moeten zijn, maar de mensen durven niet toe te grijpen, durven het niet tot zich te nemen. Ze zijn bang. Ze zijn opgevoed in netjes zijn. Nu, we lachen al om een Prins, die zijn dasje af doet! Ik heb niets op dasjes tegen. Al die revolutionaire dichters uit de jaren vijftig, de generatie waar ik ook toe behoor, oh, wat waren we revolutionair, maar we droegen nog wel allemaal nette dasjes!

“Er is geen einde en geen begin, het enig zijnde is wisseling”, schreef Stuiveling. Het enig zijnde is wisseling: van een goeie ouwe tijd naar een slechte nieuwe tijd en van een slechte nieuwe tijd naar een goeie ouwe tijd, ook al was die ouwe tijd helemaal niet zo goed. Al die mensen die zich nog voor elkaar schamen, en al die mensen die nog zo ontzettend veel complicaties en complexen en neurosen en trauma’s hadden en wat al niet? Vaak zijn het zulke schijnproblemen vergeleken met de echte problemen in de wereld, waar we ook mee geconfronteerd worden. Want wat kunnen we er tegen doen, tegen honger, armoede en oorlog, tegen kou en eenzaamheid? Die eenzaamheid kunnen we doorbreken, maar wat kunnen we verder? Het is en blijft altijd een kwestie van bewust zijn.

In hoeverre ben je je bewust van wat je doet? Weet je wat je doet? Kun je het ook op de korrel nemen? Naar je zelf kijken alsof je een ander bent en je afvragen: “Mag dat nu wel mannetje/vrouwtje? Is dat niet te verbeteren?”

Is het niet de volmaaktheid die in ons roept, die ons doorziet?! Zouden we ons niet altijd willen verwerkelijken tot een vrij mens die kan doen en gaan en laten wat ‘ie wil, uiteraard met respect voor de ander. Want wat gij niet wilt dat u geschiedt doet dat ook een ander niet!

Ik wil nog graag een Nederlandse stem laten horen. Mevrouw professor doctor ingenieur Louise Fresco, hoofd van de Wereld Voedselorganisatie te Rome. Zij heeft vorig jaar een boek geschreven: De Kosmopolieten. Zij zegt daarin: “Het feit dat kennis een bron is die niet uitgeput raakt op deze aarde, vind ik een buitengewoon geruststellende gedachte. Kennis, een bron die niet uitgeput raakt, heel vrolijk makend! Lezen staat hoog in mijn waardeoordeel. Studie is het heiligste dat er is. Een boek is de toegangspoort naar kennis. In tegenstelling tot wat mensen denken is kennis geen sta-in-de-weg. Maar er is iets zoals: kennis om de kennis zelf. Schoonheid om de schoonheid. Ik ben niet iemand van het utilitisme, het bruikbaar maken. Kunst is misschien een beter antwoord op het leven dan handelen. Kunst om zichzelf, om het feit dat het leven mooier, indringender, ontroerender, werkelijker gemaakt kan worden. Daar is de Kunst voor.”

Ooit had ik een feest met vrienden, of liever gezegd ‘de raddraaiers van Ruigoord’. We haalden er een medium bij om ons te vertellen wat we van de toekomst moesten verwachten. En die man ging in de pyramide staan midden in de Melkweg, een van die poptempels. En de grote boodschap van de man was: denken, denken, denken, zonder aan geld te denken!! Denken, denken, denken zonder aan geld te denken. Op dat moment was dat een openbaring! Heerlijk! Ik heb mijn kinderen ook zover gebracht! Die zijn nu al zo volwassen, dat zij niet meer over geld praten in mijn nabijheid. Heerlijk lange gesprekken en zij gaan niet over geld. Zij gaan over hun leven en over het werk, over wat we gedaan hebben en wat we gaan doen. Er is zo ontzettend veel.

Het is jammer dat er zoveel om geld draait. Zelf heb ik ooit een vrij beroep gekozen, dus ik had nooit te maken met een cao en de indexering en ik ben ook geen pensionado. Ik heb mijn AOW waar ik erg blij mee ben natuurlijk, en terecht verdiend!

Ja, en er werken nu een paar jongelingen voor me heb ik begrepen, en ik heb wel eens gedacht: wie zijn, wie is dan die “Vrije Gemeente”? Ik kom op heel veel plekken en zo stond ik twee dagen geleden met twee andere rokers op het dak van het Groninger museum. Binnen heerste de poëzie en dan verkeer je in een heel ander gezelschapje dan mijn Vrije Gemeente…: ketters, heidenen, druïden in opleiding, borderliners, hysterisch optimisten, verslaafde pessimisten, depressie verzamelaars, goudzoekers, idealistische nihilisten, surrealisten, experimentelen, spelleiders, feestvierders, reisbegeleiders, fantasten, bijzienden, ver-zienden, helderzienden, lachebekjes, bekkentrekkertjes, apestaartjes, systeembeheerders, numerologen, yin-yang trialogogen, pensionaires, baby-boomers, midlifecrisis overlevenden, bezeerders, beschadigden, gekwetsten, ongehoorzamen, dwarsliggende betweters, tegensprekende eigenheimers, jongens en meisjes van de gestampte pot! Een op de honderdduizend, want ik heb niet het ganse Nederlandse publiek voor me, maar wèl de Vrije Gemeente daaruit. En we zijn op dezelfde weg, verenigd in een toekomstverwachting: de hemel op Aarde!

Zelf leef ik met de slagzin: verdoem de oorlog, beziel de vrede. De enige manier om tegen de oorlog te zijn is de Vrede als Weg te kiezen. De utopische levenswijze is een vredelievende weg. Die vrede gaat elk begrip te boven. Het is een ‘peace of mind’, hoe je ook bent. Het is een geest die rustig is en de dingen kan nemen zoals ze komen.

Nergens bang voor. Open en vol verwachting naar wat zich gaat afspelen.

Utopia betekent: Hoop!

***

Simon Vinkenoog (1928) publiceert gedichten vanaf 1950 en heeft zijn ontwikkelingsgang geregistreerd in autobiografische verhalen en levensbeschouwelijke overwegingen. Zijn meest recente uitgave heet ‘Goede raad is vuur. Een poëtische handreiking”, deze maand verschenen bij uitgeverij Passage in Groningen.

--------------------------------------------------------------------------------

[1] Norman O. Brown in “Life against Death”